Vooroordelen over Hollanders en Belgen, staat u mij toe?

Klooster St. Johann in Müstair. UNESCO-werelderfgoed, gesticht door Karel de Grote in 776. .

Maandag reden we, bijna aan één stuk door, vanaf onze overnachtingsplek in Bayreuth naar het plaatsje Müstair. Dat is de meest oostelijk gelegen gemeente van Zwitserland en je komt er dan ook het makkelijkst via Oostenrijk en Italië.

Op de snelweg naar het zuiden was het grappig om te zien dat vanaf Neurenberg het Duitse cliché over Nederlandse vakantiegangers meteen werd bevestigd: daar voegden we ons in een gemoedelijke colonne caravans met gele nummerborden, die we pas bij München weer kwijtraakten. Wij gingen daar richting Garmisch-Partenkirchen, en de caravans waarschijnlijk via Rosenheim naar de Brenner, of naar het Salzburgerland.

Onze route voerde ons door Lermoos, een blijkbaar niet alleen ’s winters bij landgenoten geliefd vakantieplaatsje aan de Oostenrijkse kant van de Zugspitze. Daarna over de Fernpass, toen een stukje Inntal-Autobahn en vervolgens naar de Reschenpas, die ons naar Italië zou brengen.

Bij de afslag richting Reschenpas zagen we een ander vooroordeel bevestigd: dat van de “foefelende” Belg. Toen ik in België werkte verbaasde ik me al over de levendige handel die er onder mijn collega’s bestond in gebruikte Zwitserse en Oostenrijkse vignetten. Frauduleus natuurlijk, maar blijkbaar dacht men met een plakbandje de controleurs wel om de tuin te kunnen leiden (de vignetten zijn natuurlijk alleen geldig als ze met hun eigen kleefstrip op de voorruit geplakt worden). Nou, bij die afslag was het raak: twee Belgische auto’s aangehouden door de Asfinag, de Oostenrijkse tolgaarders. De boete blijkt minimaal 120 euro te zijn (het vignet kost voor 10 dagen maar €8,70…) maar bij misbruik (zou het plakbandje daar onder vallen?) betaal je €240.

Fresco uit de 8e (!) eeuw in de kloosterkerk van Müstair.

Nu dus aangekomen in Zwitserland, op een fijne camping met uitzicht op het werelderfgoed-klooster van Müstair. Erg mooie plek en om nog maar eens wat vooroordelen te bevestigen: hier zijn dus, op één ander gezin na, geen Nederlanders (ook geen Belgen, trouwens). Is het omdat Zwitserland duurder is dan Oostenrijk? Of omdat Nederlandse kampeerders niet aan cultuur doen? (In Frankrijk schijnen Nederlanders niet eens in de top tien van museumbezoekers voor te komen, hoewel ze verreweg de grootse groep buitenlandse toeristen vormen!).

De eerlijkheid gebiedt me trouwens wel om te melden dat later die week er nog een Nederlandse camper binnendruppelde, en ook een Belgische!

Wat vinden jullie van mijn vooroordelen? Overdreven?

Advertenties

Lang weekend weg: Møn in Denemarken

Het strand bij Slot Liselund

Voor kamperen geldt eigenlijk hetzelfde als wat mijn moeder altijd over seks zei: “Daar moet je niet over praten, dat moet je gewoon doen!”

Na een paar weken alleen maar schrijven over busjes en kamperen werd het dus hoog tijd de kampeerdaad bij het woord te voegen en de Westy weer eens in te pakken.

Met Hemelvaart heb je vier dagen vrij en dat is (vanuit Berlijn tenminste) lang genoeg voor een tripje naar het eiland Møn in Denemarken. We waren daar eerder geweest, en wisten dat het goed was.

Met nog twee Westy’s bij de Scandlines-boot naar Gedser

Camping Møns Klint ligt op een landgoed dat zich over de krijtrotsen van dit eiland uitstrekt – de enige plek in Denemarken met zo’n steile kuststrook trouwens. Zoals bij veel Deense campings is er een leuke speeltuin, en een soort huiskamer met kookgelegenheid als toevluchtsoord bij slecht weer voor tentkampeerders (en busjesmensen met cabin fever).

Maar die huiskamer hadden we niet nodig want het was prachtig weer. De camping ligt ongeveer een kilometer landinwaarts en is, vanwege de heuvelachtige ligging, in terrassen aangelegd.

Here’s one I made earlier, zeiden ze vroeger bij de kookprogramma’s op de BBC. In de Nuggetkeuken.

Je kunt naar de kliffen wandelen of fietsen. Een mooie tocht is om bij de ene trap (een paar honderd treden) naar het strand af te dalen, dan ongeveer een kilometer over het kiezelstrand te lopen, en bij de andere trap weer omhoog. Dan kom je uit bij het Geocenter, een fossielen- en dinomuseum met een prima café.

Maar minstens zo leuk als de mooie omgeving was het om weer eens een paar dagen in en om het busje door te brengen. Ik genoot weer van het superdoordachte Westfaliainterieur waarbij je op minder dan 5 meter lengte een riante keuken hebt, en ruim plek om ’s avonds op de omgedraaide voorstoelen met een boek de benen uit te strekken terwijl de kinderen al slapen in het bovenbed.


Vanaf vier dagen vind ik zo’n lang weekend weg echt heerlijk, maar met drie gaat het ook (als de bestemming niet te ver rijden is). En hoewel het in- en uitpakken bij een lang weekend eigenlijk net zoveel werk is als voor een vakantie van drie weken, is het door de complete verandering van omgeving (Szenenwechsel, zoals dat in het Duits zo mooi heet) toch altijd weer de moeite waard. Net als dat andere.

Reizen met de Westy – altijd inclusief Plan B

VW-busjes zijn niet altijd even betrouwbaar - de Wegenwacht gebruikt ze zelfs in hun reclamemateriaal...
VW-busjes zijn niet altijd even betrouwbaar – de Wegenwacht gebruikt ze zelfs in z’n reclamemateriaal… (foto:ANWB)

Een gewaarschuwd mens…

Van mijn vader heb ik geleerd dat je bij het kamperen altijd van alles een reserve bij je moet hebben. We hadden in de caravan dan ook altijd een extra gaslamp met kousjes, zaklampen en een extra campinggasbrander (ook handig voor buiten).

Zulke spullen komen in je Westy natuurlijk ook van pas, maar zeker voor oudere busjes moet je eigenlijk steviger maatregelen treffen. Laten we er geen doekjes om winden: de kans is aanwezig dat het busje op reis de geest geeft, en niet zo makkelijk onderweg gerepareerd kan worden.

Als student heb ik jarenlang als zomerkracht op één van de grote alarmcentrales gewerkt, en het viel me altijd op hoe totaal ontredderd veel mensen waren als ze hun reis niet op de geplande manier konden voortzetten, of bijvoorbeeld alleen maar een weekend in een saai dorp langs de snelweg moesten wachten tot de garage weer openging.

Mijn voorbereiding op pech onderweg bestaat dan ook uit de volgende, redelijk eenvoudige onderdelen:

Abonnement op een hulpdienst, met buitenland- en camperuitbreiding

Een uitgebreid ANWB-, Europassistance- of RouteMobielcontract, met hulpverlening voor campers in het buitenland, inclusief repatriëringIk heb zelf goede ervaringen met de ANWB. Officieel mogen de kosten van de repatriëring de dagwaarde van het voertuig namelijk niet te boven gaan, maar als je na terugkomst kunt bewijzen (door het busje bij een ANWB-technostation voor te rijden) dat je de auto hebt laten repareren, wordt de repatriëring toch vergoed. Nodeloos te vermelden dat zo’n repatriëring op eigen kosten behoorlijk in de papieren zou lopen.

Mentale voorbereiding van je reisgenoten

Leg uit dat er met dit soort oude auto’s altijd kans op pech bestaat, en dat er dus vertraging kan ontstaan. Inclusief uren in een geel hesje langs de snelweg staan, gemiste veerboten, een weekend wachten in een niet altijd even pittoresk dorpje tot de garage opengaat, en het niet halen van de eindbestemming. Als de reis goed verloopt zal iedereen je extra dankbaar zijn, en als het alsnog misgaat heb je ze in ieder geval gewaarschuwd…

Bedenk van te voren een Plan B

Het Plan B is wat jullie gaan doen als het busje kapotgaat en gerepatrieerd moet worden. Vaak krijg je van je hulpdienst vervangend vervoer aangeboden, maar meestal is dat een personenauto of -busje (al heb je volgens de voorwaarden recht op een vervangende camper, dan zijn die in het hoogseizoen vaak allemaal al verhuurd). Bedenk hoe jullie verder zouden reizen als je alles in een personenauto moet overpakken.

Een bekend tafereel langs Europese snelwegen
Een bekend tafereel langs Europese snelwegen.

Mijn Plan B: verder kamperen!

Mijn Plan B is eigenlijk altijd verder kamperen met een tent. Slaapzakken heb ik al bij me, potten en pannen kun je overladen, extra campinggas-brander heb ik (met dank aan m’n vader!) ook. Soms hebben we ook al Thermarest-matjes bij ons, om het slaapcomfort van het harde Westfaliabed te verbeteren. Die kunnen ook zo de tent in. Een redelijk essentieel onderdeel van dit plan is natuurlijk de tent zelf, maar die zou teveel ruimte innemen. Die kun je onderweg kopen, en je kunt hem soms ook van je reisverzekering lostroggelen: als je aan de alarmcentrale uitlegt dat je afziet van hotelovernachtingen en de huurcamper (waar je volgens de voorwaarden recht op hebt maar die zij vaak niet kunnen aanbieden), dan valt er wel te praten over vergoeding van een tent die je onderweg bij bijvoorbeeld een Hypermarché aanschaft.

Met de tent kom je op plekken waar geen busje kan staan
Met de tent kom je op plekken waar geen busje kan staan

Maak van de nood een deugd door (natuur-)campings te zoeken waar je met de camper niet kunt komen, zoals op deze prachtige mini-camping in de Pyreneeën. O ja, en als kamperen met de tent je nou echt niets lijkt: weet je dan wel zeker dat je een Westy wilt?

Netjes evacueren: neem reistassen mee!

De Basecamp-duffels van The North Face kun je ook op je rug dragen
De Basecamp-duffels van The North Face kun je ook op je rug dragen

Het is ook handig om wat sport- of reistassen opgevouwen mee te nemen, zodat je, als je het busje onverhoopt ergens achter moet laten, niet alles in plastic boodschappentassen in de trein of taxi mee hoeft te nemen. Ik vind reistassen handiger dan rugzakken, omdat ze opgevouwen veel minder plaats innemen. Goedkoper plan C: de beroemde blauwe zakken van IKEA. Kan enorm veel in, vouwen heel klein op, en je kunt ze in ieder geval min of meer dichtknopen.

Landvergnügen – kamperen bij de boer op de Vausshof

In Frankrijk is France Passion al minstens vijftien jaar een begrip: gratis camperen bij de wijnboer. Je koopt eens per jaar een gidsje met sticker voor de voorruit, en je mag bij alle deelnemende wijnboeren op het erf overnachten – natuurlijk in de hoop dat je de productconfrontatie aangaat en wat wijn meeneemt.

Domaine du Bollenberg in de Elzas - France Passion op z'n best
Domaine du Bollenberg in de Elzas – France Passion op z’n best

Sinds vorig jaar bestaat het ook in Duitsland – en heet het Landvergnügen.  In de paasvakantie konden we het voor het eerst uitproberen. Bij France Passion zijn de gastheren vooral wijnboeren, maar in Duitsland is het een bont gezelschap van kaasmakers, brouwerijen, biologische veehouders, viskwekers en ook wijnboeren.

We waren onderweg in Westfalen, niet eens zo ver van Rheda-Wiedenbrück, de thuisstad van Westfalia,  en zo kwamen we op de Vauss-Hof in Salzkotten terecht. Een soort rommelige Astrid Lindgren-boerderij waar de kinderen het direct naar hun zin hadden. De boerderij zelf ligt midden in het dorpje, maar aan de achterkant van het erf is een stellplatz gemaakt met mooi uitzicht over de velden.

We werden enthousiast ontvangen door boerin Anja Pötting. Zij vertelde dat ze in 2014 ook al aan Landvergnügen deelnamen, maar dat er toen geen enkele camper op is komen dagen. In 2015 hadden ze er rond Pasen al vier gehad – blijkbaar heeft het reclameoffensief van de organisatie (in tijdschriften en op Facebook) flink succes gehad.

Eén van de twee camperplaatsen op de Vausshof in Westfalen.
Eén van de twee camperplaatsen op de Vausshof in Westfalen.
Groot voordeel ten opzichte van een stellplatz: een speeltuin!
Groot voordeel ten opzichte van een stellplatz: een speeltuin!

Op de Vausshof worden in een eigen winkeltje biologische vlees- en andere producten verkocht. Wij hebben lamsgehakt en heerlijke braadworsten ingeslagen – het is maar goed dat de koelkast van de Nugget ook goed kan vriezen!

Het biowinkeltje op de Vausshof
Het biowinkeltje op de Vausshof

Landvergnügen en Fahrvergnügen

VW-Vanagon-advertentie in de Amerikaanse RandMcNally wegenatlas van 1992
VW-Vanagon-advertentie in de Amerikaanse RandMcNally wegenatlas van 1992

Grappig is dat – Landvergnügen doet denken aan Fahrvergnügen, de beroemde reclameleus van de Amerikaanse VW-importeur uit de jaren 90… Het was waarschijnlijk het antwoord op ‘Vorsprung durch Technik’ van Audi en ‘ Freude am Fahren’ van BMW – allemaal Duitse kreten die op het Amerikaanse publiek werden losgelaten om het ‘Made in Germany’-gevoel erin te hameren.

Paderborn is vlakbij

Vanaf de Vausshof is Paderborn zo’n 10 km rijden – er zijn goede fietspaden maar je kunt natuurlijk ook met de auto. In het centrum van de stad (volg de parkeerroute) is ook een stellplatz met stroomaansluiting. Paderborn is een prachtige, rustige stad die z’n naam dankt aan de bronnen van het riviertje de Pader. De stad is eind 8e eeuw (!) opgericht door keizer Karel de Grote, en je kunt dan ook de gereconstrueerde keizerpalts bezoeken. Er is ook een prachtige kathedraal uit de 12e/13e eeuw.

De gereconstrueerde keizerpalts van Karel de Grote in Paderborn
De gereconstrueerde keizerpalts van Karel de Grote in Paderborn
De toren van de dom is het oudste gedeelte van de kerk.
De toren van de dom is het oudste gedeelte van de kerk.
Overal in het domkwartier ontspringen bronnen, die samen het riviertje de Pader vormen.
Overal in het domkwartier ontspringen bronnen, die samen het riviertje de Pader vormen.

Stellplatz-uitje naar Oranienburg

Onze Nugget op de Stellplatz in Oranienburg
Het maartse zonnetje lacht de Nugget in Oranienburg toe

We hadden onze nieuwe Ford Westfalia Custom Nugget al een poosje (al een half jaar, om precies te zijn), maar we hadden er nog nauwelijks met z’n vieren in geslapen. Omdat we in het weekend graag de stad ontvluchten en omdat het campertijdschrift Promobil de Stellplatz van het stadje Oranienburg een eervolle vermelding had gegeven reden we daarheen. Maar 30 km ten noorden van Berlijn, maar het is een compleet andere, rustige wereld.

Lovelocks aan de jachthavenbrug over de Havel
Lovelocks aan de jachthavenbrug over de Havel

Eerst gingen we een middagje spetteren in het golfslagbad. In Berlijn zelf zijn best veel zwembaden, maar allemaal van het type spatbordenfonds: rechttoe rechtaan, grote rechthoekige bak, koud water. Met kinderen is het leuk als er ook een glijbaan is, en een kleuterbadje. Dat is in Oranienburg prima in orde.

Na een maaltijd bij de plaatselijke Italiaan (erg aardige bediening, en zoals vaak in de voormalige DDR, heel redelijke prijzen) reden we naar de Stellplatz.  Die ligt bij de jachthaven, direct aan de rivier de Havel, vlakbij Schloss Oranienburg.

Stellplatz aan de jachthaven van Oranienburg
Ruime plaatsen aan de jachthaven

De stellplatz is ruim opgezet, met afgebakende plaatsen met veel “eigen grond” eromheen. Per plaats is er een stroompaal met afrekensysteem. Het afrekenen gaat sowieso vrij geavanceerd: je koopt bij aankomst een soort ov-chipkaart bij een automaat (die geen Nederlandse pinkaarten leest; van te voren contant geld pinnen dus), laadt die op met een bedrag naar keuze en 10 euro borg, en daarmee kun je vervolgens je overnachtingen, stroom, douches (die zijn er ook!) en water mee betalen. Bij vertrek krijg je de borg op de kaart weer terug.

Minpuntje van deze (zoals bij zowat elke stellplatz): er is geen speeltuintje. Dat zou een verblijf voor gezinnen met kinderen nòg leuker maken!

Van de Stellplatz aan de jachthaven loop je zo naar Schloss Oranienburg.
Van de Stellplatz aan de jachthaven loop je zo naar Schloss Oranienburg.

Het paleis van Oranienburg is rond het midden van de 17e eeuw door de Nederlandse prinses Louise Henriette gebouwd, en het stadje is haar nog steeds dankbaar, te zien aan het standbeeld dat midden op het voorplein van het slot staat.

Het standbeeld van Louise Henriette midden in Oranienburg werd in de 19e eeuw door de burgerij geschonken.
Het standbeeld van Louise Henriette midden in Oranienburg werd in de 19e eeuw door de burgerij geschonken.

Een bezoek aan het paleis (met rondleiding) is zeker voor Nederlanders eigenlijk verplichte kost. Het is erg leuk om te ervaren hoe hoog het aanzien was dat de Republiek der Verenigde Nederlanden in de 17e eeuw onder buurlanden zoals Pruisen genoot.