Update: nieuwe Stellplatz in centrum Berlijn!

img_0907

Goed nieuws: sinds eind 2016 heeft de Wohnmobil-Oase zijn poorten geopend, een nieuwe camperplaats in het centrum van Berlijn! Zie de pagina ‘camperplaatsen in Berlijn‘ voor meer informatie.

Advertenties

Waarom ik alleen Westfalia wil!

goethe-institut goettingen
Het Goethe-Institut in Göttingen. Foto: Robin Oomkes

Op m’n laatste reisje heb ik weer enorm veel plezier van m’n Westfalia Nugget gehad. Ik moest een Duits taalexamen afleggen bij het Goethe-Institut in Göttingen, zo’n 350 km rijden. Het examen was over twee dagen verspreid (schriftelijk op maandagochtend en mondeling op dinsdagmiddag). Om op tijd te zijn moest ik dus op zondagavond al op pad en twee keer overnachten – met een hotel of pension zou dat best een dure toestand geworden zijn. Maar ik ging met de Ford, die met z’n 155 pk de afstand
met zo’n 120 à 130 km/u verslond, met een heel redelijk verbruik van 1 op 10. Dat was met een grotere camper (of m’n klassieke benzine-Joker!) echt niet gelukt. M’n blablacar-lifters waren ook erg over de snelle en ruime auto te spreken – en betaalden nog aan de brandstofkosten mee ook.

IMG_8496
Stealthcamping (wildkamperen) bij een park in Göttingen. Foto: Robin Oomkes

Voor de eerste nacht had ik met de satellietbeelden op Google Maps een mooi groen plekje in de buurt van het instituut gezocht, om ’s ochtends niet meer te hoeven rijden. Met een bus met hoogdak, zoals de Nugget, kun je goed “stealthcampen” – onopvallend kamperen in de stad dus. Kenners weten door de gesloten gordijntjes en isomatten voor de voorruit heus wel wat er aan de hand is, maar het valt toch een stuk minder op dan een omhoogstaand hefdak – om maar te zwijgen van een grote witte camper.

IMG_1788
De Junkernschänke uit 1451 – een schitterend vakwerkhuis waarin nu een hip restaurant zit. Foto: Robin Oomkes
IMG_8525
VW T2 in Göttingen. Foto: Robin Oomkes

Na afloop van het schriftelijk examen ben ik nog even het centrum van Göttingen ingelopen. Prachtige villa’s uit de tijd van het keizerrijk (1870-1918), zoals het Goethe-Institut zelf, en mooi gerestaureerde vakwerkhuizen wisselen elkaar daar af. En, zoals in veel universiteitssteden, stonden de straten weer vol met leuke VW-busjes en andere campers. Dat leverde weer veel materiaal op voor mijn instagram-account, waar ik elke dag een nieuwe “Van Of The Day” probeer te plaatsen.

 

Als geschiedenisfreak vind ik het leukste van camperen in Duitsland dat je zo ontzettend flexibel bent. Ik zoek regelmatig monumenten of bouwwerken op die ik in één of ander geschiedenisboek ben tegengekomen, om ze te fotograferen en er dan weer een stukje over te schrijven. Juist in Duitsland, met zijn versnipperde verleden, staan die monumenten werkelijk door het hele land verspreid en je hebt dus echt vervoer en verblijf nodig om ze te bekijken. Voor de vrije tijd tussen de twee examens in Göttingen stond deze keer het Kyffhäuser-monument op het programma. Ik had al eens over de Duitse monumenten ter ere van keizer Wilhelm I geschreven, maar dat op de Kyffhäuser had ik nog nooit gezien.

IMG_1833
Kyffhäuser-monument vanaf het parkeerterrein. Foto: Robin Oomkes

Het viel niet tegen. Het was weer net zo’n bizar, protserig bouwwerk op net zo’n schitterende locatie als bijvoorbeeld het monument bij Porta Westfalica of het Hermannsdenkmal vlakbij Detmold (allebei goed te bezoeken op een autorit van Nederland naar Hannover), maar toch ook weer anders: dit monument is namelijk bovenop een enorme middeleeuwse burcht van de beroemde 12e-eeuwse keizer Barbarossa gebouwd.

IMG_1936
Camperstellplatz bij de thermen in Bad Frankenhausen. Foto: Robin Oomkes

Die nacht heb ik op een officiële Stellplatz overnacht, in Bad Frankenhausen, bij de thermen van het kuuroord. De huishoudaccu van de Nugget kon wel weer eens een 220V-oplaadbeurt gebruiken, en de afvaltanks moesten ook geleegd. Om er te komen moest ik de Kyffhäuser zelf over, het kleinste middelgebergte van Duitsland. Hoe klein ook, het waren  wel 35 haarspeldbochten naar boven (naar beneden aan de andere kant iets minder). Ook dan heb je veel plezier van een compacte camper.

IMG_8522
De handige keuken van de Nugget nodigt uit tot kokkerellen. Foto: Robin Oomkes
IMG_8526
Sfeerplaatje van een Stellplatz in de regen. Kan zo’n hoogdak wel mee overweg!

 

IMG_1978
Reconstructie van het poortgebouw van de 10e-eeuwse koningspalts Tilleda. Op de achtergrond het 19e-eeuwse Kyffhäuser-monument. Foto: Robin Oomkes

Voor de volgende ochtend stond de koningspalts Tilleda nog op m’n lijstje (die verblijfplaatsen van rondtrekkende middeleeuwse Duitse koningen en keizers interesseren me ook mateloos), aan de voet van het Kyffhäusergebergte. Na wat in de palts te hebben rondgesnuffeld moest ik alweer terug naar Göttingen voor m’n mondelinge examen. Daarna volgde de lange, maar ontspannen rit terug naar huis. Ik had me voor m’n tweedaagse zwerftocht geen beter vervoer of verblijf kunnen wensen dan m’n Westy – en het examen? De uitslag krijg ik volgende week…

IMG_8531

Camper Weekend Weg: Ouddorp aan Zee

Vanaf de zeedijk bij het camperpark kun je de vuurtoren zien.

Als je een bestemming zoekt om een weekend met je Westy (of een ander soort camper natuurlijk) helemaal uit te waaien, is Ouddorp misschien wel wat voor je. Zo’n zestig kilometer ten westen van Rotterdam, en met de Maasvlakte nog in zicht, ben je toch in een heel andere wereld. Met een prachtige camperplek, bovendien. (Ook vanuit Vlaanderen is Ouddorp, via Zierikzee, trouwens prima te bereiken).

Ouddorp, op het westelijkste puntje van Goeree-Overflakkee, voelt, ruikt, klinkt en kerkt als Zeeland, maar is het niet. Je bent nog in Zuid-Holland, maar je hebt wel het idee inmiddels in een andere provincie te zijn aangeland. (Om een idee te geven hoe westelijk Ouddorp ligt: de zon gaat er alleen al twee minuten later onder dan in Rotterdam, en zeven minuten later dan in Arnhem of Eindhoven).

Onderweg door de duinen

Ouddorp heeft alles wat ook Zeeland tot zo’n heerlijke bestemming voor een korte of lange vakantie maakt: brede stranden, de meeste zonuren van Nederland, fijne fietspaden, en een knusse dorpskern waar nog een, zeg maar, traditionele levensstijl heerst.

Veel ruimte om je bus op het camperpark

Campers hadden tot voor kort in Zeeland en op Goeree weinig te zoeken. De campings waren vooral op kampeerders ingesteld die keurig reserveerden voor een week van zaterdag tot zaterdag, en dan ook nog het liefst alleen gezinnen. (Als keurige dertigers zijn een goede vriend en ik, samen kamperend in mijn Westy, nog bij een aantal campings weggestuurd). En al die campers met surf-attributen die je overdag op de Brouwersdam geparkeerd ziet staan? Die moeten om 20.00 u allemaal weg zijn, anders dreigt een boete van 90 euro per persoon…

Maar nu is er een alternatief, en wat voor een. Camping “De Klepperstee” op Ouddorp opende een paar jaar geleden een grote camperplaats aan de overkant van de Vrijheidsweg, nog dichter bij het strand dan de camping zelf. Bezoekers van het terrein checken zelf in bij een automaat die alleen voor kaartbetaling geschikt is. Daardoor is het terrein ook 24 uur per etmaal toegankelijk. Een groot voordeel als je bijvoorbeeld vrijdag na werktijd wilt vertrekken. Je kunt dan ’s avonds laat nog op de camperplek terecht.

 Er zijn 52 plaatsen en omdat de plaatsen in een lus zijn aangelegd sta je niet hutje-mutje op elkaar. Voor een camperplek is het terrein uitstekend aangekleed: er is een speeltuin, er zijn douches en toiletten, en er is ook een hondentoilet. Mochten de plaatsen allemaal bezet zijn dan kun je alsnog uitwijken naar camping de Klepperstee.

Het strand van Ouddorp heeft zones voor verschillende activiteiten

Er is veel te doen op de Kop van Goeree, zoals het hier wordt genoemd. Je kunt surfen vanaf de Brouwersdam, maar ook het strand van Ouddorp is enorm langgerekt. Het is opgedeeld in segmenten waar gekitesurfd, gevliegerd, en gezwommen kan worden. (Ons beviel om te zwemmen het strand bij de vuurtoren op het Westeind het beste, zo’n 4 km fietsen vanaf de camperplek).

Op de sluis van Goedereede

Een leuk uitstapje, ook weer goed op de fiets te doen, is het dorpje Goedereede, waar het eiland Goeree zijn naam aan ontleent. Goedereede was ooit een beduidende stad met een bedrijvige haven, maar de welvaart droogde, net als ook in Brugge gebeurde, op toen de toegang naar zee verzandde. Toen een tegenvaller, maar het levert wel een ‘bevroren’ stadsgezicht op – er was eenvoudigweg geen geld meer voor modernisering. Nu plukken we er de vruchten van, want het plaatsje is echt heel mooi bewaard gebleven. Op vrijdag is er markt, en bij de sluis kun je lekker lunchen bij ’t Sas of De Gouden Leeuw.

De platte kerktoren van Goedereede

Je kunt de markante vierkante kerktoren van Goedereede ook beklimmen. De toren deed tot 1911 ook als vuurtoren dienst, en er is er een leuk vuurtorenmuseum gevestigd. En een oorverdovend carillon – als je er tenminste vlak naast gaat staan!

Een prima bestemming voor een weekendje met je Westfalia: boodschappen kun je op de camping doen, en verder is alles prima met de fiets te bereiken – de bus kan dus lekker op de camperplek blijven staan. Wie heeft er nog meer tips voor Westy-weekends in Nederland of Vlaanderen?

Adres:

Drive-In Camperpark

Vrijheidsweg 1,

3253 LS Ouddorp

+31 (0) 187 681511

driveincamperpark.com

info@klepperstee.com

Camper Weekje Weg: Zwitserland

Ik ga voor een korte trip graag naar de Duitse middelgebergten, maar niets haalt het bij de échte Alpen. Morteratsch-gletsjer bij Pontresina.
Voor een korte trip ga ik graag naar de Duitse middelgebergten, maar niets haalt het bij de échte Alpen. Morteratsch-gletsjer bij Pontresina.

Deze keer nemen we je mee op een sportieve vakantie naar een niet veel door Nederlanders en Vlamingen bezocht stuk van de Alpen: het kanton Graubünden in het zuidoosten van Zwitserland. De meeste mensen zullen wel van de miljonairsoorden Davos en Sankt Moritz gehoord hebben, maar er zijn ook genoeg plekken die minder mondain zijn en waar je als sportieve (bus-)kampeerder veel gelijkgezinden tegenkomt (vooral veel Zwitsers, zoals gezegd nauwelijks toeristen uit de lage landen).

De afstand (965 km van Utrecht naar Pontresina) is voor sommigen misschien wat pittig, maar het zijn goed berijdbare wegen en het is (zeker zonder kinderen en met twee chauffeurs) best in één dag te doen. Dan houd je van een vakantieweek van negen dagen zeven dagen ter plekke over. Verder is het voordeel van een weekje Zwitserland dat de (ook vanwege de ongunstige koers van de frank) erg hoge prijzen er nèt iets minder hard inhakken dan bij een volledige zomervakantie. Je neemt een volle koelkast mee, en je zou halverwege de week een uitstapje naar een supermarkt in Italië kunnen inlassen – de kwaliteit en keus zijn er beter, en de prijzen natuurlijk veel lager.

Stellplätze zoals in Duitsland heb je in Zwitserland niet veel, maar er zijn fijne campings, die overigens niet heel erg luxe qua voorzieningen zijn. Het sanitair is prima maar een zwembad is er bijvoorbeeld meestal niet.

De design-afwaskeuken van camping Morteratsch
De design-afwaskeuken van camping Morteratsch

Graubünden staat bekend als het “kanton van de honderdvijftig dalen”. Dat zou wel eens kunnen kloppen. In ieder geval moet er, om van het ene dal naar het andere te komen, flink passen gereden worden. Maar daar draait de gemiddelde Westy- of Californiabezitter z’n hand niet voor om, toch? Met zo’n smalle bus met korte wielbasis zijn die haarspeldbochten trouwens een peulenschil.

Camping Morteratsch in Pontresina

In het dal op weg naar de Berninapas ligt, met zicht op de Morteratsch-gletsjer, Camping Morteratsch. Grote kans dat u de naam “Bernina” kent van de Bernina-Express, een glamoureuze smalspoortreinverbinding van Zermatt (aan de voet van de Matterhorn, helemaal in Wallis), naar Treviso in Italië. Die treinverbinding behoort zelfs tot het UNESCO-Werelderfgoed! De trein stopt op het stationnetje Morteratsch, op 1 km lopen van de camping, en dat biedt allerlei mogelijkheden voor uitstapjes. Ook een aanrader: de wandeling naar de gletsjertong van Morteratsch.

De wandeling naar de gletsjer is prachtig
De wandeling naar de gletsjer is prachtig

Lang het licht glooiende, brede pad kom je ook met mountainbike of hybridefiets goed vooruit. Onderweg staan verklarende tekstborden met jaartallen en mooie historische foto’s. Kinderen krijgen op de camping een soort stempelkaart waarmee ze worden aangespoord de hele wandeling te lopen. De jaartallen op de infoborden geven aan hoe ver de gletsjer toen kwam, en zo kun je de klimaatverandering als het ware aan den lijve ondervinden.

De Bernina-Express van de Rhätische Bahn

De échte Bernina-Express (een trein die zowat even legendarisch is als de Orient-Express) komt wel langs Morteratsch, maar stopt er niet. Gelukkig zijn er ook stoptreinen over hetzelfde traject. Een mooie tocht is om de trein te nemen naar het station bovenop de Bernina-pashoogte (Bernina-Hospiz), en dan één of twee stations verder te wandelen, min of meer langs het spoor.

De wandeling van station Bernina-Hospiz naar Alp Grüm
De wandeling van station Bernina-Hospiz naar Alp Grüm

Met de trein rijd je dan weer lekker terug naar het station bij de camping. Ideaal natuurlijk voor camperbezitters, want al zijn we super-mobiel, het is nóg prettiger als we de boel voor een uitstapje niet hoeven in te klappen! De camping in Morteratsch heeft bovendien een prima kampwinkel (niet duurder dan de rest van Zwitserland), dus ook daarvoor hoef je de motor niet te starten.

Een heel ander dal: het Val Müstair

Een uur of twee rijden van Pontresina ligt het Val Müstair. Om hier te komen rij je over de Ofenpass, en door het Zwitsers Nationaal Park.

In het Zwitsers Nationaal Park kun je prachtige dagtochten maken.

Het land heeft er maar één nationaal park, daarom heeft het verder geen andere naam. Het park is ruim 100 jaar geleden vooral opgericht om in een groot stuk dunbevolkt Zwitserland een reservaat te creëren voor flora en fauna – niet omdat het landschap er mooier of bijzonderder is dan in de rest van de Zwitserse Alpen. Het Val Müstair is een dal zonder spoorlijn, en het riviertje, de Rom, volgt volledig zijn natuurlijke loop, zonder dammen, kanalisatie of andere ingrepen. Hier geen gletsjers, vierduizenders, downhill-mountainbike-trajecten of spectaculaire kabelbanen, maar rust, ruimte, en veel prachtige wandelingen. De begin- en eindpunten zijn meestal met de postbus te bereiken, zodat ook hier de Westy op de camping kan blijven staan.

Met de postbus kom je overal. Veel wandelingen lopen van bushalte naar bushalte.

Aan het eind van het dal, net voor de Italiaanse grens, ligt het bijzondere plaatsje Müstair (dat is de Rheto-Romaanse naam; in het Duits heet het Münster). Het is genoemd naar het klooster (monasterium in het Latijn) dat Karel de Grote er omstreeks 770 (!) heeft gesticht.

 De legende wil dat Karel, na de overwinning op de Langobarden in Noord-Italië, op de Umbrailpas in een sneeuwstorm verzeild raakte. Toen hij uiteindelijk behouden het dal beneden had bereikt, beloofde hij op die plek een klooster te stichten. De binnenkant van de kloosterkerk wordt gesierd door fresco’s uit de jaren 830, en ook het kapelletje naast de kerk blijkt nog origineel Karolingisch te zijn. Het klooster staat, net als de Bernina-Express, op de UNESCO-lijst.

9e-eeuwse fresco’s in de kloosterkerk van Müstair

De camping van Müstair, Muglin (de molen), is vrij nieuw, en heeft prima voorzieningen waaronder een mooi toiletgebouw, een sauna op de voormalige hooizolder, een leuke speeltuin en een gezellige bar. Er tegenover biedt een bio-boer llama-tochten aan, en verkoopt in z’n eigen winkeltje heel mooi biologisch vlees. Dat is een terugkerend thema in dit dal bij het Nationaal Park – een groot deel van de plaatselijke bevolking richt zich op hetzij ecologisch verantwoord toerisme, hetzij biologisch boeren. Nog een goede reden om de kampeerbus op de camping te laten staan en er per fiets of postbus op uit te gaan.

’s Zomers kom je in de hoger gelegen bergweiden geiten- en koeienkuddes tegen

En: overal waar je in het Val Müstair wandelt, word je niet alleen muzikaal begeleid door het geklingel van de bellen om de halzen van grazende koeien en geiten, maar ook door het prachtige geluid van de klokken van het oeroude klooster.

Landvergnügen – kamperen bij de boer op de Vausshof

In Frankrijk is France Passion al minstens vijftien jaar een begrip: gratis camperen bij de wijnboer. Je koopt eens per jaar een gidsje met sticker voor de voorruit, en je mag bij alle deelnemende wijnboeren op het erf overnachten – natuurlijk in de hoop dat je de productconfrontatie aangaat en wat wijn meeneemt.

Domaine du Bollenberg in de Elzas - France Passion op z'n best
Domaine du Bollenberg in de Elzas – France Passion op z’n best

Sinds vorig jaar bestaat het ook in Duitsland – en heet het Landvergnügen.  In de paasvakantie konden we het voor het eerst uitproberen. Bij France Passion zijn de gastheren vooral wijnboeren, maar in Duitsland is het een bont gezelschap van kaasmakers, brouwerijen, biologische veehouders, viskwekers en ook wijnboeren.

We waren onderweg in Westfalen, niet eens zo ver van Rheda-Wiedenbrück, de thuisstad van Westfalia,  en zo kwamen we op de Vauss-Hof in Salzkotten terecht. Een soort rommelige Astrid Lindgren-boerderij waar de kinderen het direct naar hun zin hadden. De boerderij zelf ligt midden in het dorpje, maar aan de achterkant van het erf is een stellplatz gemaakt met mooi uitzicht over de velden.

We werden enthousiast ontvangen door boerin Anja Pötting. Zij vertelde dat ze in 2014 ook al aan Landvergnügen deelnamen, maar dat er toen geen enkele camper op is komen dagen. In 2015 hadden ze er rond Pasen al vier gehad – blijkbaar heeft het reclameoffensief van de organisatie (in tijdschriften en op Facebook) flink succes gehad.

Eén van de twee camperplaatsen op de Vausshof in Westfalen.
Eén van de twee camperplaatsen op de Vausshof in Westfalen.
Groot voordeel ten opzichte van een stellplatz: een speeltuin!
Groot voordeel ten opzichte van een stellplatz: een speeltuin!

Op de Vausshof worden in een eigen winkeltje biologische vlees- en andere producten verkocht. Wij hebben lamsgehakt en heerlijke braadworsten ingeslagen – het is maar goed dat de koelkast van de Nugget ook goed kan vriezen!

Het biowinkeltje op de Vausshof
Het biowinkeltje op de Vausshof

Landvergnügen en Fahrvergnügen

VW-Vanagon-advertentie in de Amerikaanse RandMcNally wegenatlas van 1992
VW-Vanagon-advertentie in de Amerikaanse RandMcNally wegenatlas van 1992

Grappig is dat – Landvergnügen doet denken aan Fahrvergnügen, de beroemde reclameleus van de Amerikaanse VW-importeur uit de jaren 90… Het was waarschijnlijk het antwoord op ‘Vorsprung durch Technik’ van Audi en ‘ Freude am Fahren’ van BMW – allemaal Duitse kreten die op het Amerikaanse publiek werden losgelaten om het ‘Made in Germany’-gevoel erin te hameren.

Paderborn is vlakbij

Vanaf de Vausshof is Paderborn zo’n 10 km rijden – er zijn goede fietspaden maar je kunt natuurlijk ook met de auto. In het centrum van de stad (volg de parkeerroute) is ook een stellplatz met stroomaansluiting. Paderborn is een prachtige, rustige stad die z’n naam dankt aan de bronnen van het riviertje de Pader. De stad is eind 8e eeuw (!) opgericht door keizer Karel de Grote, en je kunt dan ook de gereconstrueerde keizerpalts bezoeken. Er is ook een prachtige kathedraal uit de 12e/13e eeuw.

De gereconstrueerde keizerpalts van Karel de Grote in Paderborn
De gereconstrueerde keizerpalts van Karel de Grote in Paderborn
De toren van de dom is het oudste gedeelte van de kerk.
De toren van de dom is het oudste gedeelte van de kerk.
Overal in het domkwartier ontspringen bronnen, die samen het riviertje de Pader vormen.
Overal in het domkwartier ontspringen bronnen, die samen het riviertje de Pader vormen.

Stellplatz-uitje naar Oranienburg

Onze Nugget op de Stellplatz in Oranienburg
Het maartse zonnetje lacht de Nugget in Oranienburg toe

We hadden onze nieuwe Ford Westfalia Custom Nugget al een poosje (al een half jaar, om precies te zijn), maar we hadden er nog nauwelijks met z’n vieren in geslapen. Omdat we in het weekend graag de stad ontvluchten en omdat het campertijdschrift Promobil de Stellplatz van het stadje Oranienburg een eervolle vermelding had gegeven reden we daarheen. Maar 30 km ten noorden van Berlijn, maar het is een compleet andere, rustige wereld.

Lovelocks aan de jachthavenbrug over de Havel
Lovelocks aan de jachthavenbrug over de Havel

Eerst gingen we een middagje spetteren in het golfslagbad. In Berlijn zelf zijn best veel zwembaden, maar allemaal van het type spatbordenfonds: rechttoe rechtaan, grote rechthoekige bak, koud water. Met kinderen is het leuk als er ook een glijbaan is, en een kleuterbadje. Dat is in Oranienburg prima in orde.

Na een maaltijd bij de plaatselijke Italiaan (erg aardige bediening, en zoals vaak in de voormalige DDR, heel redelijke prijzen) reden we naar de Stellplatz.  Die ligt bij de jachthaven, direct aan de rivier de Havel, vlakbij Schloss Oranienburg.

Stellplatz aan de jachthaven van Oranienburg
Ruime plaatsen aan de jachthaven

De stellplatz is ruim opgezet, met afgebakende plaatsen met veel “eigen grond” eromheen. Per plaats is er een stroompaal met afrekensysteem. Het afrekenen gaat sowieso vrij geavanceerd: je koopt bij aankomst een soort ov-chipkaart bij een automaat (die geen Nederlandse pinkaarten leest; van te voren contant geld pinnen dus), laadt die op met een bedrag naar keuze en 10 euro borg, en daarmee kun je vervolgens je overnachtingen, stroom, douches (die zijn er ook!) en water mee betalen. Bij vertrek krijg je de borg op de kaart weer terug.

Minpuntje van deze (zoals bij zowat elke stellplatz): er is geen speeltuintje. Dat zou een verblijf voor gezinnen met kinderen nòg leuker maken!

Van de Stellplatz aan de jachthaven loop je zo naar Schloss Oranienburg.
Van de Stellplatz aan de jachthaven loop je zo naar Schloss Oranienburg.

Het paleis van Oranienburg is rond het midden van de 17e eeuw door de Nederlandse prinses Louise Henriette gebouwd, en het stadje is haar nog steeds dankbaar, te zien aan het standbeeld dat midden op het voorplein van het slot staat.

Het standbeeld van Louise Henriette midden in Oranienburg werd in de 19e eeuw door de burgerij geschonken.
Het standbeeld van Louise Henriette midden in Oranienburg werd in de 19e eeuw door de burgerij geschonken.

Een bezoek aan het paleis (met rondleiding) is zeker voor Nederlanders eigenlijk verplichte kost. Het is erg leuk om te ervaren hoe hoog het aanzien was dat de Republiek der Verenigde Nederlanden in de 17e eeuw onder buurlanden zoals Pruisen genoot.