Waarom ik alleen Westfalia wil!

goethe-institut goettingen
Het Goethe-Institut in Göttingen. Foto: Robin Oomkes

Op m’n laatste reisje heb ik weer enorm veel plezier van m’n Westfalia Nugget gehad. Ik moest een Duits taalexamen afleggen bij het Goethe-Institut in Göttingen, zo’n 350 km rijden. Het examen was over twee dagen verspreid (schriftelijk op maandagochtend en mondeling op dinsdagmiddag). Om op tijd te zijn moest ik dus op zondagavond al op pad en twee keer overnachten – met een hotel of pension zou dat best een dure toestand geworden zijn. Maar ik ging met de Ford, die met z’n 155 pk de afstand
met zo’n 120 à 130 km/u verslond, met een heel redelijk verbruik van 1 op 10. Dat was met een grotere camper (of m’n klassieke benzine-Joker!) echt niet gelukt. M’n blablacar-lifters waren ook erg over de snelle en ruime auto te spreken – en betaalden nog aan de brandstofkosten mee ook.

IMG_8496
Stealthcamping (wildkamperen) bij een park in Göttingen. Foto: Robin Oomkes

Voor de eerste nacht had ik met de satellietbeelden op Google Maps een mooi groen plekje in de buurt van het instituut gezocht, om ’s ochtends niet meer te hoeven rijden. Met een bus met hoogdak, zoals de Nugget, kun je goed “stealthcampen” – onopvallend kamperen in de stad dus. Kenners weten door de gesloten gordijntjes en isomatten voor de voorruit heus wel wat er aan de hand is, maar het valt toch een stuk minder op dan een omhoogstaand hefdak – om maar te zwijgen van een grote witte camper.

IMG_1788
De Junkernschänke uit 1451 – een schitterend vakwerkhuis waarin nu een hip restaurant zit. Foto: Robin Oomkes
IMG_8525
VW T2 in Göttingen. Foto: Robin Oomkes

Na afloop van het schriftelijk examen ben ik nog even het centrum van Göttingen ingelopen. Prachtige villa’s uit de tijd van het keizerrijk (1870-1918), zoals het Goethe-Institut zelf, en mooi gerestaureerde vakwerkhuizen wisselen elkaar daar af. En, zoals in veel universiteitssteden, stonden de straten weer vol met leuke VW-busjes en andere campers. Dat leverde weer veel materiaal op voor mijn instagram-account, waar ik elke dag een nieuwe “Van Of The Day” probeer te plaatsen.

 

Als geschiedenisfreak vind ik het leukste van camperen in Duitsland dat je zo ontzettend flexibel bent. Ik zoek regelmatig monumenten of bouwwerken op die ik in één of ander geschiedenisboek ben tegengekomen, om ze te fotograferen en er dan weer een stukje over te schrijven. Juist in Duitsland, met zijn versnipperde verleden, staan die monumenten werkelijk door het hele land verspreid en je hebt dus echt vervoer en verblijf nodig om ze te bekijken. Voor de vrije tijd tussen de twee examens in Göttingen stond deze keer het Kyffhäuser-monument op het programma. Ik had al eens over de Duitse monumenten ter ere van keizer Wilhelm I geschreven, maar dat op de Kyffhäuser had ik nog nooit gezien.

IMG_1833
Kyffhäuser-monument vanaf het parkeerterrein. Foto: Robin Oomkes

Het viel niet tegen. Het was weer net zo’n bizar, protserig bouwwerk op net zo’n schitterende locatie als bijvoorbeeld het monument bij Porta Westfalica of het Hermannsdenkmal vlakbij Detmold (allebei goed te bezoeken op een autorit van Nederland naar Hannover), maar toch ook weer anders: dit monument is namelijk bovenop een enorme middeleeuwse burcht van de beroemde 12e-eeuwse keizer Barbarossa gebouwd.

IMG_1936
Camperstellplatz bij de thermen in Bad Frankenhausen. Foto: Robin Oomkes

Die nacht heb ik op een officiële Stellplatz overnacht, in Bad Frankenhausen, bij de thermen van het kuuroord. De huishoudaccu van de Nugget kon wel weer eens een 220V-oplaadbeurt gebruiken, en de afvaltanks moesten ook geleegd. Om er te komen moest ik de Kyffhäuser zelf over, het kleinste middelgebergte van Duitsland. Hoe klein ook, het waren  wel 35 haarspeldbochten naar boven (naar beneden aan de andere kant iets minder). Ook dan heb je veel plezier van een compacte camper.

IMG_8522
De handige keuken van de Nugget nodigt uit tot kokkerellen. Foto: Robin Oomkes
IMG_8526
Sfeerplaatje van een Stellplatz in de regen. Kan zo’n hoogdak wel mee overweg!

 

IMG_1978
Reconstructie van het poortgebouw van de 10e-eeuwse koningspalts Tilleda. Op de achtergrond het 19e-eeuwse Kyffhäuser-monument. Foto: Robin Oomkes

Voor de volgende ochtend stond de koningspalts Tilleda nog op m’n lijstje (die verblijfplaatsen van rondtrekkende middeleeuwse Duitse koningen en keizers interesseren me ook mateloos), aan de voet van het Kyffhäusergebergte. Na wat in de palts te hebben rondgesnuffeld moest ik alweer terug naar Göttingen voor m’n mondelinge examen. Daarna volgde de lange, maar ontspannen rit terug naar huis. Ik had me voor m’n tweedaagse zwerftocht geen beter vervoer of verblijf kunnen wensen dan m’n Westy – en het examen? De uitslag krijg ik volgende week…

IMG_8531

Advertenties

Camper Weekend Weg: Ouddorp aan Zee

Vanaf de zeedijk bij het camperpark kun je de vuurtoren zien.

Als je een bestemming zoekt om een weekend met je Westy (of een ander soort camper natuurlijk) helemaal uit te waaien, is Ouddorp misschien wel wat voor je. Zo’n zestig kilometer ten westen van Rotterdam, en met de Maasvlakte nog in zicht, ben je toch in een heel andere wereld. Met een prachtige camperplek, bovendien. (Ook vanuit Vlaanderen is Ouddorp, via Zierikzee, trouwens prima te bereiken).

Ouddorp, op het westelijkste puntje van Goeree-Overflakkee, voelt, ruikt, klinkt en kerkt als Zeeland, maar is het niet. Je bent nog in Zuid-Holland, maar je hebt wel het idee inmiddels in een andere provincie te zijn aangeland. (Om een idee te geven hoe westelijk Ouddorp ligt: de zon gaat er alleen al twee minuten later onder dan in Rotterdam, en zeven minuten later dan in Arnhem of Eindhoven).

Onderweg door de duinen

Ouddorp heeft alles wat ook Zeeland tot zo’n heerlijke bestemming voor een korte of lange vakantie maakt: brede stranden, de meeste zonuren van Nederland, fijne fietspaden, en een knusse dorpskern waar nog een, zeg maar, traditionele levensstijl heerst.

Veel ruimte om je bus op het camperpark

Campers hadden tot voor kort in Zeeland en op Goeree weinig te zoeken. De campings waren vooral op kampeerders ingesteld die keurig reserveerden voor een week van zaterdag tot zaterdag, en dan ook nog het liefst alleen gezinnen. (Als keurige dertigers zijn een goede vriend en ik, samen kamperend in mijn Westy, nog bij een aantal campings weggestuurd). En al die campers met surf-attributen die je overdag op de Brouwersdam geparkeerd ziet staan? Die moeten om 20.00 u allemaal weg zijn, anders dreigt een boete van 90 euro per persoon…

Maar nu is er een alternatief, en wat voor een. Camping “De Klepperstee” op Ouddorp opende een paar jaar geleden een grote camperplaats aan de overkant van de Vrijheidsweg, nog dichter bij het strand dan de camping zelf. Bezoekers van het terrein checken zelf in bij een automaat die alleen voor kaartbetaling geschikt is. Daardoor is het terrein ook 24 uur per etmaal toegankelijk. Een groot voordeel als je bijvoorbeeld vrijdag na werktijd wilt vertrekken. Je kunt dan ’s avonds laat nog op de camperplek terecht.

 Er zijn 52 plaatsen en omdat de plaatsen in een lus zijn aangelegd sta je niet hutje-mutje op elkaar. Voor een camperplek is het terrein uitstekend aangekleed: er is een speeltuin, er zijn douches en toiletten, en er is ook een hondentoilet. Mochten de plaatsen allemaal bezet zijn dan kun je alsnog uitwijken naar camping de Klepperstee.

Het strand van Ouddorp heeft zones voor verschillende activiteiten

Er is veel te doen op de Kop van Goeree, zoals het hier wordt genoemd. Je kunt surfen vanaf de Brouwersdam, maar ook het strand van Ouddorp is enorm langgerekt. Het is opgedeeld in segmenten waar gekitesurfd, gevliegerd, en gezwommen kan worden. (Ons beviel om te zwemmen het strand bij de vuurtoren op het Westeind het beste, zo’n 4 km fietsen vanaf de camperplek).

Op de sluis van Goedereede

Een leuk uitstapje, ook weer goed op de fiets te doen, is het dorpje Goedereede, waar het eiland Goeree zijn naam aan ontleent. Goedereede was ooit een beduidende stad met een bedrijvige haven, maar de welvaart droogde, net als ook in Brugge gebeurde, op toen de toegang naar zee verzandde. Toen een tegenvaller, maar het levert wel een ‘bevroren’ stadsgezicht op – er was eenvoudigweg geen geld meer voor modernisering. Nu plukken we er de vruchten van, want het plaatsje is echt heel mooi bewaard gebleven. Op vrijdag is er markt, en bij de sluis kun je lekker lunchen bij ’t Sas of De Gouden Leeuw.

De platte kerktoren van Goedereede

Je kunt de markante vierkante kerktoren van Goedereede ook beklimmen. De toren deed tot 1911 ook als vuurtoren dienst, en er is er een leuk vuurtorenmuseum gevestigd. En een oorverdovend carillon – als je er tenminste vlak naast gaat staan!

Een prima bestemming voor een weekendje met je Westfalia: boodschappen kun je op de camping doen, en verder is alles prima met de fiets te bereiken – de bus kan dus lekker op de camperplek blijven staan. Wie heeft er nog meer tips voor Westy-weekends in Nederland of Vlaanderen?

Adres:

Drive-In Camperpark

Vrijheidsweg 1,

3253 LS Ouddorp

+31 (0) 187 681511

driveincamperpark.com

info@klepperstee.com

Camper Weekje Weg: Zwitserland

Ik ga voor een korte trip graag naar de Duitse middelgebergten, maar niets haalt het bij de échte Alpen. Morteratsch-gletsjer bij Pontresina.
Voor een korte trip ga ik graag naar de Duitse middelgebergten, maar niets haalt het bij de échte Alpen. Morteratsch-gletsjer bij Pontresina.

Deze keer nemen we je mee op een sportieve vakantie naar een niet veel door Nederlanders en Vlamingen bezocht stuk van de Alpen: het kanton Graubünden in het zuidoosten van Zwitserland. De meeste mensen zullen wel van de miljonairsoorden Davos en Sankt Moritz gehoord hebben, maar er zijn ook genoeg plekken die minder mondain zijn en waar je als sportieve (bus-)kampeerder veel gelijkgezinden tegenkomt (vooral veel Zwitsers, zoals gezegd nauwelijks toeristen uit de lage landen).

De afstand (965 km van Utrecht naar Pontresina) is voor sommigen misschien wat pittig, maar het zijn goed berijdbare wegen en het is (zeker zonder kinderen en met twee chauffeurs) best in één dag te doen. Dan houd je van een vakantieweek van negen dagen zeven dagen ter plekke over. Verder is het voordeel van een weekje Zwitserland dat de (ook vanwege de ongunstige koers van de frank) erg hoge prijzen er nèt iets minder hard inhakken dan bij een volledige zomervakantie. Je neemt een volle koelkast mee, en je zou halverwege de week een uitstapje naar een supermarkt in Italië kunnen inlassen – de kwaliteit en keus zijn er beter, en de prijzen natuurlijk veel lager.

Stellplätze zoals in Duitsland heb je in Zwitserland niet veel, maar er zijn fijne campings, die overigens niet heel erg luxe qua voorzieningen zijn. Het sanitair is prima maar een zwembad is er bijvoorbeeld meestal niet.

De design-afwaskeuken van camping Morteratsch
De design-afwaskeuken van camping Morteratsch

Graubünden staat bekend als het “kanton van de honderdvijftig dalen”. Dat zou wel eens kunnen kloppen. In ieder geval moet er, om van het ene dal naar het andere te komen, flink passen gereden worden. Maar daar draait de gemiddelde Westy- of Californiabezitter z’n hand niet voor om, toch? Met zo’n smalle bus met korte wielbasis zijn die haarspeldbochten trouwens een peulenschil.

Camping Morteratsch in Pontresina

In het dal op weg naar de Berninapas ligt, met zicht op de Morteratsch-gletsjer, Camping Morteratsch. Grote kans dat u de naam “Bernina” kent van de Bernina-Express, een glamoureuze smalspoortreinverbinding van Zermatt (aan de voet van de Matterhorn, helemaal in Wallis), naar Treviso in Italië. Die treinverbinding behoort zelfs tot het UNESCO-Werelderfgoed! De trein stopt op het stationnetje Morteratsch, op 1 km lopen van de camping, en dat biedt allerlei mogelijkheden voor uitstapjes. Ook een aanrader: de wandeling naar de gletsjertong van Morteratsch.

De wandeling naar de gletsjer is prachtig
De wandeling naar de gletsjer is prachtig

Lang het licht glooiende, brede pad kom je ook met mountainbike of hybridefiets goed vooruit. Onderweg staan verklarende tekstborden met jaartallen en mooie historische foto’s. Kinderen krijgen op de camping een soort stempelkaart waarmee ze worden aangespoord de hele wandeling te lopen. De jaartallen op de infoborden geven aan hoe ver de gletsjer toen kwam, en zo kun je de klimaatverandering als het ware aan den lijve ondervinden.

De Bernina-Express van de Rhätische Bahn

De échte Bernina-Express (een trein die zowat even legendarisch is als de Orient-Express) komt wel langs Morteratsch, maar stopt er niet. Gelukkig zijn er ook stoptreinen over hetzelfde traject. Een mooie tocht is om de trein te nemen naar het station bovenop de Bernina-pashoogte (Bernina-Hospiz), en dan één of twee stations verder te wandelen, min of meer langs het spoor.

De wandeling van station Bernina-Hospiz naar Alp Grüm
De wandeling van station Bernina-Hospiz naar Alp Grüm

Met de trein rijd je dan weer lekker terug naar het station bij de camping. Ideaal natuurlijk voor camperbezitters, want al zijn we super-mobiel, het is nóg prettiger als we de boel voor een uitstapje niet hoeven in te klappen! De camping in Morteratsch heeft bovendien een prima kampwinkel (niet duurder dan de rest van Zwitserland), dus ook daarvoor hoef je de motor niet te starten.

Een heel ander dal: het Val Müstair

Een uur of twee rijden van Pontresina ligt het Val Müstair. Om hier te komen rij je over de Ofenpass, en door het Zwitsers Nationaal Park.

In het Zwitsers Nationaal Park kun je prachtige dagtochten maken.

Het land heeft er maar één nationaal park, daarom heeft het verder geen andere naam. Het park is ruim 100 jaar geleden vooral opgericht om in een groot stuk dunbevolkt Zwitserland een reservaat te creëren voor flora en fauna – niet omdat het landschap er mooier of bijzonderder is dan in de rest van de Zwitserse Alpen. Het Val Müstair is een dal zonder spoorlijn, en het riviertje, de Rom, volgt volledig zijn natuurlijke loop, zonder dammen, kanalisatie of andere ingrepen. Hier geen gletsjers, vierduizenders, downhill-mountainbike-trajecten of spectaculaire kabelbanen, maar rust, ruimte, en veel prachtige wandelingen. De begin- en eindpunten zijn meestal met de postbus te bereiken, zodat ook hier de Westy op de camping kan blijven staan.

Met de postbus kom je overal. Veel wandelingen lopen van bushalte naar bushalte.

Aan het eind van het dal, net voor de Italiaanse grens, ligt het bijzondere plaatsje Müstair (dat is de Rheto-Romaanse naam; in het Duits heet het Münster). Het is genoemd naar het klooster (monasterium in het Latijn) dat Karel de Grote er omstreeks 770 (!) heeft gesticht.

 De legende wil dat Karel, na de overwinning op de Langobarden in Noord-Italië, op de Umbrailpas in een sneeuwstorm verzeild raakte. Toen hij uiteindelijk behouden het dal beneden had bereikt, beloofde hij op die plek een klooster te stichten. De binnenkant van de kloosterkerk wordt gesierd door fresco’s uit de jaren 830, en ook het kapelletje naast de kerk blijkt nog origineel Karolingisch te zijn. Het klooster staat, net als de Bernina-Express, op de UNESCO-lijst.

9e-eeuwse fresco’s in de kloosterkerk van Müstair

De camping van Müstair, Muglin (de molen), is vrij nieuw, en heeft prima voorzieningen waaronder een mooi toiletgebouw, een sauna op de voormalige hooizolder, een leuke speeltuin en een gezellige bar. Er tegenover biedt een bio-boer llama-tochten aan, en verkoopt in z’n eigen winkeltje heel mooi biologisch vlees. Dat is een terugkerend thema in dit dal bij het Nationaal Park – een groot deel van de plaatselijke bevolking richt zich op hetzij ecologisch verantwoord toerisme, hetzij biologisch boeren. Nog een goede reden om de kampeerbus op de camping te laten staan en er per fiets of postbus op uit te gaan.

’s Zomers kom je in de hoger gelegen bergweiden geiten- en koeienkuddes tegen

En: overal waar je in het Val Müstair wandelt, word je niet alleen muzikaal begeleid door het geklingel van de bellen om de halzen van grazende koeien en geiten, maar ook door het prachtige geluid van de klokken van het oeroude klooster.

Met baby of kleine kinderen in Joker, California, of Nugget

De matrasverlenging achter de bank in California's en Jokers is een heerlijke
De matrasverlenging achter de bank in California’s en Jokers is een heerlijke “box” voor kleintjes

Een kleine camper als dagelijks vervoer is met kleintjes enorm praktisch. Je kunt je terugtrekken om borstvoeding te geven of te kolven. Je hebt een koelkast voor gekolfde melk, en op het kooktoestel kun je babypotjes opwarmen. De grote boordaccu is sterk genoeg om elektrische flesopwarmers te laten werken. Je hebt plek om je kind te verschonen, en als ze iets groter zijn en zindelijk worden een porta-potti voor onderweg. Bovendien is er meer dan genoeg ruimte voor kinderwagen, reiswieg, rugdrager en campingbedje. En wie gewend is z’n kind in een bus in z’n kinderzitje te gespen snapt niet hoe andere mensen dat met verdraaide rug door het zijportier voor elkaar krijgen.

Zelfs rond de geboorte van je kindje blijkt een California superhandig! Het is de perfecte opvangplek voor vaders die tijdens een langdurige geboorte even een dutje willen doen op het parkeerterrein van het ziekenhuis, zoals het Engelse CAR Magazine bij een duurtest van de T5 California ontdekte.

Maar ook kamperen gaat met zo’n kleintje heel best (als je tenminste ook zonder baby van kamperen houdt, zie Wilt u echt een Westy?). Maar er zijn wel wat dingen waar je rekening mee moet houden.


Slapen (en spelen)

Het fijne van de indeling van alle Jokers, California’s, Nuggets en Marco Polo’s is dat kinderen al naar hun eigen (boven-)bed kunnen terwijl de ouders de zitgroep nog gebruiken. Dat spreekt bij veel grotere campers met vast bed en dinette niet voor zich!

Het kleinste Deryanbedje past dwars in het bovenbed van de Volkswagen T4 California
Het kleinste Deryanbedje past dwars in het bovenbed van de Volkswagen T4 California

De meeste busjes hebben ook een veiligheidsnet dat ervoor zorgt dat kinderen niet naar beneden kunnen vallen, maar dat net sluit meestal maar de halve hoogte van de opening af. Een ondernemende peuter zou er overheen kunnen klimmen.

Om dat tegen te gaan hadden wij onze éénjarige in onze T4 California met hefdak in een Deryan-tentje in het bovenbed gelegd. Daar kon hij niet uit, en het originele vangnet hoefde er alleen maar voor te zorgen dat het tentje niet naar beneden viel.

Nadelen waren er ook: het kostte een paar handelingen om bij je kind te komen (eerst het net loshaken, dan het tentje openritsen), en het kon in het tentje ook flink warm worden.

Ventilatie

Die warmte was iets waar we niet zo’n rekening hadden gehouden. Het voordeel van een hefdakcamper is toch de goede ventilatie? Toch ging dat bij slaapjes overdag niet op. Het wordt daarboven zeker als de bus in de zon staat knap warm (de warmte van beneden stijgt op, daarom blijft het daar juist relatief koel) En je wilt de vensters in het tentdoek ook niet te ver openritsen, want dan komt er teveel licht binnen en valt je kind niet in slaap.

We hebben het ook beneden geprobeerd, op de bedverlenging achter de zitbank. Het belangrijkste blijft natuurlijk de bus zelf goed koel te houden door in de schaduw te parkeren. Voordeel van het Deryan-tentje is dat je het ook buiten onder een boom kan zetten. Dat werkte bij onze kinderen niet, die waren veel te nieuwsgierig en bleven naar buiten koekeloeren, maar wie weet gaat het bij de jouwe beter!

Gordels, kinderzitjes en isofix

De heupgordels van de T3 Westfalia

Als je achterin driepuntsgordels hebt is er natuurlijk geen probleem. Maar de T3 Joker, California en Atlantic hebben daar alleen heupgordels. Ik had in mijn T3 een hybride oplossing: in de rijrichting rechts had ik een driepuntsgordel gemonteerd. Het bovenste bevestigingspunt zit, zowel links als rechts, al in de carrosserie gelast (ter hoogte van de D-stijl) maar zit verstopt achter de wandbekleding. Zorg bij het kopen van de gordel wel dat je de extra lange versie bestelt, anders past hij (vanwege de lange afstand van het montagepunt naar de achterbank) niet om het stoeltje heen. Voor de onderste twee bevestigingspunten kun je overigens gewoon de originele montagepunten van de heupgordel gebruiken.

Voor ons tweede kind had ik een speciaal heupgordelkinderzitje, zodat ik links op de zitbank van de T3 geen driepuntsgordel hoefde in te bouwen. Het kàn links overigens wel want het montagepunt zit er al. Het zit alleen in de kleerkast. Dat betekent dat je (met bijv. een montagekitje van Gowesty uit Amerika) de zaag in je kast moet zetten, en dat vond ik niet handig.

De Maxi-Cosi zit in de achteraf ingebouwde 3-puntsgordel, het Porschezitje past in de heupgordel.
De Maxi-Cosi zit in de achteraf ingebouwde 3-puntsgordel, het Porschezitje past in de heupgordel.

Mijn heupgordelzitje was een Porsche (Römer) Prince. Veel oudere Porschemodellen hebben namelijk heupgordels achterin en tot een paar jaar geleden verkocht Porsche daar speciale kinderzitjes voor. Die kom je op de Duitse ebay-site regelmatig tegen. Ze zijn duur maar je kunt ze na verloop van tijd ook weer voor een mooie prijs verkopen.

Uiteindelijk is de veiligste oplossing wanneer je twee kinderen in je T3 wilt vervoeren toch het inbouwen van twee driepuntsgordels.

Wat zijn kinderzitjes toch een ***dingen!

(In ieder geval bij het kamperen met een compacte camper). Waar laat je die krengen als je op de plaats van bestemming bent? In de meeste gevallen niet op hun plek, want ongetwijfeld heb je kort na aankomst iets uit de zitbank nodig en dan moeten ze eraf. Gunstige uitzondering zijn de T5 en T6 California – die hebben een uitschuiflade in de zitbank, dus hoeft de zitting niet omhooggeklapt. Maar uiteindelijk ben je ook bij die modellen uiterlijk de pineut op het moment dat je het benedenbed uit wilt klappen. Soms lukt het om de stoel in de voetenruimte bij de voorstoelen te puzzelen. Een schrale troost is dat hoe groter je kinderen worden, hoe minder ruimte hun kinderstoelen in gaan nemen. De zitverhogertjes vanaf 5 à 6 jaar nemen al bijna helemaal geen plaats meer in.

Het leuke van de Ford Transit Nugget (ook van Westfalia) is dat de achterbank drie 3-puntsgordels heeft.
Het leuke van de Ford Transit Nugget (ook van Westfalia) is dat de achterbank drie 3-puntsgordels heeft.

Maar, om eerlijk te zijn en terug te komen op die ***dingen: omdat je de groep-1-zitjes (vanaf 9 maanden tot drie jaar) ook bij stilstand kunt gebruiken, bijvoorbeeld bij het eten, vangen ze ook een hoop troep op die anders op de bekleding van je bus terecht zou komen.

Kinderstoelen en kinderwagens


Antilope

De Antilope-stoel van Ikea is ook bij het kamperen enorm handig.
De Antilope-stoel van Ikea is ook bij het kamperen enorm handig.

Wij hebben zowel op vakantie als thuis veel plezier gehad van de Antilope-stoel van Ikea – of anti-loop, zoals we hem na verloop van tijd gingen noemen. Iedereen kent hem, en elk restaurant heeft er een stapel van staan. De poten kunnen er makkelijk uit en daarom valt hij makkelijk in het ruim van een California te verstouwen. Het extra tafelblad dat je erbij kunt krijgen is juist op vakantie ook heel fijn. Het heeft een opstaande rand zodat speeltjes er niet zo makkelijk afvallen.

Kinderwagen

Onze Chicco-buggy van 80 euro - compact, stevig en verrassend handig bij het kamperen!
Onze Chicco-buggy van 80 euro – compact, stevig en verrassend handig bij het kamperen!

Hoewel we thuis een mooie buggaboo-kinderwagen hadden, hebben we die op vakantie nooit meegenomen. Hij zou wel in de bagageruimte van de California hebben gepast, maar dan was die ook meteen vol en dat is niet handig. Speciaal voor op reis hebben we bij een babywinkel een compacte, voordelige buggy gekocht (de onze was van Chicco). Die nam opgeklapt weinig ruimte in, was verbazend veelzijdig (de rugleuning kon bijvoorbeeld bijna helemaal plat zodat ons zoontje lekker kon liggen), de zonneklep was handig en er zat ook een passende regenhoes bij. Het ding heeft twee kinderen overleefd en doet het nog steeds. Het hoeft niet altijd Buggaboo of MacLaren te zijn!

Kamperen in een camper met kleintjes – het kan!

Zolang je de warmte de baas kunt blijven en niet al te groot babymeubilair meebrengt – en blijft opruimen – gaat kamperen met babies of kleintjes dus prima. Ben benieuwd naar jullie ervaringen!

De onvermijdelijke troepexplosie in onze T4 California na het ontbijt
De onvermijdelijke troepexplosie in onze T4 California na het ontbijt

Zwitserland busjesland

VW T3 Westfalia Joker

Wat zie je in Zwitserland toch ongelooflijk veel leuke kampeerbusjes. Misschien wel omdat zo’n groot stuk witgoed op een steile bergpas écht niet handig is. Of omdat een Westfaliacamper, volgens een test in het Amerikaanse Car & Driver, qua veelzijdigheid en precisie wel iets weg heeft van een Zwitsers zakmes. Hoe dan ook, iets meer dan een week kamperen bij Müstair en Pontresina heeft de volgende Westy’s, Dehlers, Reimo’s en natuurlijk California’s opgeleverd. “Van Porn” van de eerste orde.

VW T5 California Beach
VW LT28 eigenbouw
Mercedes-Benz Viano Westfalia Marco Polo
VW T5 California Comfortline Edition
VW T4 eigenbouw
Ford Transit Custom Westfalia Nugget – Westyman’s trots moet er natuurlijk ook op!
VW T5 California Comfortline Edition
Mercedes-Benz T1 Westfalia James Cook – in bocht 31 van de beroemde Stelvio-pas
VW T2 Westfalia Berlin

VW T3 Westfalia Atlantic
VW T5 California Comfortline
VW T4 Reimo
VW T3 Westfalia Joker
VW T3 Westfalia Joker
VW T3 kombi syncro
VW T4 Westfalia California Coach Generation
VW T2 Westfalia Helsinki

Vooroordelen over Hollanders en Belgen, staat u mij toe?

Klooster St. Johann in Müstair. UNESCO-werelderfgoed, gesticht door Karel de Grote in 776. .

Maandag reden we, bijna aan één stuk door, vanaf onze overnachtingsplek in Bayreuth naar het plaatsje Müstair. Dat is de meest oostelijk gelegen gemeente van Zwitserland en je komt er dan ook het makkelijkst via Oostenrijk en Italië.

Op de snelweg naar het zuiden was het grappig om te zien dat vanaf Neurenberg het Duitse cliché over Nederlandse vakantiegangers meteen werd bevestigd: daar voegden we ons in een gemoedelijke colonne caravans met gele nummerborden, die we pas bij München weer kwijtraakten. Wij gingen daar richting Garmisch-Partenkirchen, en de caravans waarschijnlijk via Rosenheim naar de Brenner, of naar het Salzburgerland.

Onze route voerde ons door Lermoos, een blijkbaar niet alleen ’s winters bij landgenoten geliefd vakantieplaatsje aan de Oostenrijkse kant van de Zugspitze. Daarna over de Fernpass, toen een stukje Inntal-Autobahn en vervolgens naar de Reschenpas, die ons naar Italië zou brengen.

Bij de afslag richting Reschenpas zagen we een ander vooroordeel bevestigd: dat van de “foefelende” Belg. Toen ik in België werkte verbaasde ik me al over de levendige handel die er onder mijn collega’s bestond in gebruikte Zwitserse en Oostenrijkse vignetten. Frauduleus natuurlijk, maar blijkbaar dacht men met een plakbandje de controleurs wel om de tuin te kunnen leiden (de vignetten zijn natuurlijk alleen geldig als ze met hun eigen kleefstrip op de voorruit geplakt worden). Nou, bij die afslag was het raak: twee Belgische auto’s aangehouden door de Asfinag, de Oostenrijkse tolgaarders. De boete blijkt minimaal 120 euro te zijn (het vignet kost voor 10 dagen maar €8,70…) maar bij misbruik (zou het plakbandje daar onder vallen?) betaal je €240.

Fresco uit de 8e (!) eeuw in de kloosterkerk van Müstair.

Nu dus aangekomen in Zwitserland, op een fijne camping met uitzicht op het werelderfgoed-klooster van Müstair. Erg mooie plek en om nog maar eens wat vooroordelen te bevestigen: hier zijn dus, op één ander gezin na, geen Nederlanders (ook geen Belgen, trouwens). Is het omdat Zwitserland duurder is dan Oostenrijk? Of omdat Nederlandse kampeerders niet aan cultuur doen? (In Frankrijk schijnen Nederlanders niet eens in de top tien van museumbezoekers voor te komen, hoewel ze verreweg de grootse groep buitenlandse toeristen vormen!).

De eerlijkheid gebiedt me trouwens wel om te melden dat later die week er nog een Nederlandse camper binnendruppelde, en ook een Belgische!

Wat vinden jullie van mijn vooroordelen? Overdreven?