Waarom ik alleen Westfalia wil!

goethe-institut goettingen
Het Goethe-Institut in Göttingen. Foto: Robin Oomkes

Op m’n laatste reisje heb ik weer enorm veel plezier van m’n Westfalia Nugget gehad. Ik moest een Duits taalexamen afleggen bij het Goethe-Institut in Göttingen, zo’n 350 km rijden. Het examen was over twee dagen verspreid (schriftelijk op maandagochtend en mondeling op dinsdagmiddag). Om op tijd te zijn moest ik dus op zondagavond al op pad en twee keer overnachten – met een hotel of pension zou dat best een dure toestand geworden zijn. Maar ik ging met de Ford, die met z’n 155 pk de afstand
met zo’n 120 à 130 km/u verslond, met een heel redelijk verbruik van 1 op 10. Dat was met een grotere camper (of m’n klassieke benzine-Joker!) echt niet gelukt. M’n blablacar-lifters waren ook erg over de snelle en ruime auto te spreken – en betaalden nog aan de brandstofkosten mee ook.

IMG_8496
Stealthcamping (wildkamperen) bij een park in Göttingen. Foto: Robin Oomkes

Voor de eerste nacht had ik met de satellietbeelden op Google Maps een mooi groen plekje in de buurt van het instituut gezocht, om ’s ochtends niet meer te hoeven rijden. Met een bus met hoogdak, zoals de Nugget, kun je goed “stealthcampen” – onopvallend kamperen in de stad dus. Kenners weten door de gesloten gordijntjes en isomatten voor de voorruit heus wel wat er aan de hand is, maar het valt toch een stuk minder op dan een omhoogstaand hefdak – om maar te zwijgen van een grote witte camper.

IMG_1788
De Junkernschänke uit 1451 – een schitterend vakwerkhuis waarin nu een hip restaurant zit. Foto: Robin Oomkes
IMG_8525
VW T2 in Göttingen. Foto: Robin Oomkes

Na afloop van het schriftelijk examen ben ik nog even het centrum van Göttingen ingelopen. Prachtige villa’s uit de tijd van het keizerrijk (1870-1918), zoals het Goethe-Institut zelf, en mooi gerestaureerde vakwerkhuizen wisselen elkaar daar af. En, zoals in veel universiteitssteden, stonden de straten weer vol met leuke VW-busjes en andere campers. Dat leverde weer veel materiaal op voor mijn instagram-account, waar ik elke dag een nieuwe “Van Of The Day” probeer te plaatsen.

 

Als geschiedenisfreak vind ik het leukste van camperen in Duitsland dat je zo ontzettend flexibel bent. Ik zoek regelmatig monumenten of bouwwerken op die ik in één of ander geschiedenisboek ben tegengekomen, om ze te fotograferen en er dan weer een stukje over te schrijven. Juist in Duitsland, met zijn versnipperde verleden, staan die monumenten werkelijk door het hele land verspreid en je hebt dus echt vervoer en verblijf nodig om ze te bekijken. Voor de vrije tijd tussen de twee examens in Göttingen stond deze keer het Kyffhäuser-monument op het programma. Ik had al eens over de Duitse monumenten ter ere van keizer Wilhelm I geschreven, maar dat op de Kyffhäuser had ik nog nooit gezien.

IMG_1833
Kyffhäuser-monument vanaf het parkeerterrein. Foto: Robin Oomkes

Het viel niet tegen. Het was weer net zo’n bizar, protserig bouwwerk op net zo’n schitterende locatie als bijvoorbeeld het monument bij Porta Westfalica of het Hermannsdenkmal vlakbij Detmold (allebei goed te bezoeken op een autorit van Nederland naar Hannover), maar toch ook weer anders: dit monument is namelijk bovenop een enorme middeleeuwse burcht van de beroemde 12e-eeuwse keizer Barbarossa gebouwd.

IMG_1936
Camperstellplatz bij de thermen in Bad Frankenhausen. Foto: Robin Oomkes

Die nacht heb ik op een officiële Stellplatz overnacht, in Bad Frankenhausen, bij de thermen van het kuuroord. De huishoudaccu van de Nugget kon wel weer eens een 220V-oplaadbeurt gebruiken, en de afvaltanks moesten ook geleegd. Om er te komen moest ik de Kyffhäuser zelf over, het kleinste middelgebergte van Duitsland. Hoe klein ook, het waren  wel 35 haarspeldbochten naar boven (naar beneden aan de andere kant iets minder). Ook dan heb je veel plezier van een compacte camper.

IMG_8522
De handige keuken van de Nugget nodigt uit tot kokkerellen. Foto: Robin Oomkes
IMG_8526
Sfeerplaatje van een Stellplatz in de regen. Kan zo’n hoogdak wel mee overweg!

 

IMG_1978
Reconstructie van het poortgebouw van de 10e-eeuwse koningspalts Tilleda. Op de achtergrond het 19e-eeuwse Kyffhäuser-monument. Foto: Robin Oomkes

Voor de volgende ochtend stond de koningspalts Tilleda nog op m’n lijstje (die verblijfplaatsen van rondtrekkende middeleeuwse Duitse koningen en keizers interesseren me ook mateloos), aan de voet van het Kyffhäusergebergte. Na wat in de palts te hebben rondgesnuffeld moest ik alweer terug naar Göttingen voor m’n mondelinge examen. Daarna volgde de lange, maar ontspannen rit terug naar huis. Ik had me voor m’n tweedaagse zwerftocht geen beter vervoer of verblijf kunnen wensen dan m’n Westy – en het examen? De uitslag krijg ik volgende week…

IMG_8531

Advertenties

Met m’n nieuwe Joker aan de Bulli-Bummel

IMG_1067
Deze badboy-spijltjesbussen trokken veel bekijks in Hannover

Voor niet-ingewijden: een Joker is een Westfalia-kampeerbus uit de jaren tachtig, op basis van de Volkswagen T3. Het laatste model met de motor achterin, zoals de kever dus, maar dan wel met een modern gelijnde, vierkante carrosserie. En zo’n bus heb ik net gekocht. Ik moest hem ophalen in Groningen en natuurlijk net niet helemaal toevallig voerde m’n thuisreis naar Berlijn op zondag langs Hannover, waar die dag de Bulli Bummel werd gehouden. (Alweer voor niet-ingewijden: “Bulli” is de Duitse koosnaam voor VW-busjes, zoiets als “kever” of “eend”, en een Bummel is een wandeling of kroegentocht).

IMG_7138
Mijn nieuwe Joker aan de benzinepomp. Er zullen er nog vele volgen!
IMG_1050
De T1-spijljesbus.

Die Bulli Bummel was een feest ter ere van het 60-jarig bestaan van de busjesfabriek in Hannover. De oer-VW-bus, de T1, werd al in 1950 op het hoofdkwartier van VW in Wolfsburg in productie genomen tussen de kevers. Maar al gauw barstte die locatie uit z’n voegen. Er werd een aanbesteding gedaan waarop 200 Duitse steden reageerden, maar Hannover werd uitverkoren en sinds 1956 rollen daar dagelijks rond de duizend busjes van de lopende band.

 

IMG_1016

Onderweg naar Hannover deed ik wat je in Duitsland met een camper moet doen: overnachten op een Stellplatz. Dat zijn parkeerterreinen speciaal voor campers. Soms met voorzieningen zoals stroom en water, soms mooi gelegen, soms ook niet. Ik had er via de promobil-app eentje uitgekozen aan de rivier de Weser, in het stadje Nienburg. Net op de dag van de jaarlijkse kermis – het feestgedruis en de disco hielden precies om 02.30 ’s nachts op, kan ik je vertellen!

IMG_1011

Dan komt bij het opstaan een straffe espresso wel van pas natuurlijk.

IMG_1019

In Hannover zag je ’s ochtends colonnes met Duitse VW-clubs de binnenstad doorkruisen.

IMG_1048

Voor de echte nerds: het uiterlijke verschil tussen de T2a en de T2b is… de plek van het knipperlicht!

IMG_1020

Overal blije mensen op de parkeerplaatsen.

IMG_1044

De dames van de organisatie hielden alles op uitgeprinte (het blijft Duitsland) excellijsten nauwkeurig bij. IMG_1045 (1)

De mooiste bulli’s kregen een plaatsje voor het stadhuis van Hannover.

IMG_1066

Ondertussen is er tot juni 2016 in het stedelijk museum van Hannover (ook in het centrum) een aardige tentoonstelling over het zestigjarig bestaan van de fabriek.

IMG_1080

Hier een ruwe carrosserie van een T5,

IMG_1081

en dit vond ik een aardig voorbeeld van de toenemende complexiteit van de VW-bus van T1 tot T5 aan de hand van de gebruikte koplampen.

IMG_1105

Aan de oever van de Leine was het ondertussen ook goed toeven rond het thema ‘personenvervoer’. Wie spot de vreemde eend in de bijt? Hint: het is wel een Westy 🙂

IMG_1133

Het is ongelooflijk hoe ver sommige deelnemers aan dit soort shows gaan om het “plaatje”  compleet te maken. Campingstoeltjes in de originele VW T2-Westfaliaruit!

IMG_1139

Het keukentje van dezelfde T2 Helsinki. Met speciaal uitklapbaar Coleman-oventje voor op het gasstel.

IMG_1145

Twee ventilatie-oplossingen die ik graag ook op nieuwe VW-kampeerbussen terug zou zien! De uitzetbare achterruit zat in een T1, de beroemde uitstelraampjes (met muggengaas van binnen!) zaten op de meeste T2 IMG_1165Westfalia’s. Wie weet waarom ze niet op de T3 (en later) gebruikt werden?

 

 

 

 

 

Wat me ook opviel is dat veel niet is wat het lijkt. Zo is deze “ADAC”-bus z’n leven begonnen als brandweerbus en pas later omgebouwd naar de wegenwachtkleuren.

Deze is dan wel weer leuk. Let in het begin goed op de pootjes!

IMG_1120

Meneer Voges kwam nog even langs in m’n busje om te vertellen over zijn 42 jaar in de VW-fabriek in Hannover, uiteindelijk als productieleider. De grootste uitdaging: “Toen Ferdinand Piëch rond 1991 het roer van Volkswagen overnam. Dat was zo’n perfectionist, toen moest de kwaliteit in de transporterfabriek opeens naar personenautoniveau. Dat was hard werken.”

Op weg naar huis ben ik een hele tijd achter deze lekker opschietende Flixbus blijven hangen – dat schijnt benzine te besparen…

Het gekke is dat ik me na deze overdosis aan VW-busjes realiseerde dat ik niet echt een autoshowmens ben. Als ik zou moeten kiezen tussen een weekend op een mooie camping in het bos of nog een keer naar zo’n evenement, dan wordt het de volgende keer toch het bos. Maar leuk was het wel, daar in Hannover, voor deze ene keer!

Voorpret op #projectjoker: de goodies

Een klassieker is altijd een goed excuus om nóg meer geld aan accessoires uit te geven, en wat je van er haalt is lekker. Voor m’n nieuwe Joker heb ik dus als voorbereiding op onze eerste reisje dit voorjaar (naar het Oostzee-eiland Rügen) alvast bij Gowesty in Californië een Van-O-Bag besteld, een bagagezak voor op het imperiaal boven de cabine van de T3 Westfalia Joker. Ook om nou eens uit te zoeken hoeveel accessoires van dat bedrijf nou eigenlijk kosten als ze eenmaal in Europa aanlanden.

  
Zo ziet een per US Postal Service van de VS naar Berlijn (waar ik nu woon) verstuurd pakket eruit. De producten die ik had besteld kostten $104,50. Daarbij kwam rond de $50 dollar verzendkosten. En daarover (product + verzendkosten) worden dan weer douanerechten én BTW geheven. Ik moest aan het postkantoor nog €27,24 betalen. Uiteindelijk heeft het grapje me dus ongeveer €170 gekost. De enige troost is dat het enige concurrerende Europese product, de Ortlieb Big Bag,  ongeveer hetzelfde kost. En die is niet specifiek voor het bagagerek van de Joker gemaakt en past dus minder goed.

 Het kost wat, maar dan heb je ook wat. Inclusief dat coole logo dat net over de rand van je bagagerek komt piepen.
  
En van de achterkant. Hier zie je de kanozak-achtste sluiting, die je vanuit het openritsbare raam van het hefdak kan beladen. Watch this space voor praktijkervaringen als ik de bus eenmaal heb opgehaald.

#ProjectJoker onderweg

image
Eén van de foto’s uit de marktplaats-advertentie

Een paar dagen geleden schreef ik al dat ik nogal last had van busjeskoorts. Daar is natuurlijk maar één remedie tegen – naar een busje gaan kijken! Dan kunnen er twee dingen gebeuren: of je bent meteen genezen (als het, ondanks de mooie foto’s op marktplaats, een afgetrapt hok is), of je wordt verliefd en gaat voor de bijl. Wat het geworden is? Je hebt misschien al wel een vermoeden, maar het antwoord vind je in dit filmpje.

 

Ayrault op BZ: het tijdperk van de camperdiplomatie?


Deze week werden we verrast door het nieuws dat president Hollande zijn voormalige premier Jean-Marc Ayrault (spreek uit: Héro, held) tot minister van Buitenlandse Zaken heeft benoemd. Dat is opmerkelijk, omdat aan deze politicus tot nu toe een nogal provinciaal imago kleefde. Hij werd als voormalig burgemeester vooral geassocieerd met zijn oude machtsbasis Nantes, aan de idyllische en rustige monding van de Loire.

Veel politieke buitenlandervaring heeft hij niet, hoewel zijn uitstekende Duits (hij is, net als zijn echtgenote Brigitte, leraar Duits geweest en heeft ook in Duitsland gestudeerd) hem zeker van pas zal komen. Maar hij heeft een andere troef waardoor ik denk dat hij het als topdiplomaat heel goed gaat doen: Ayrault is een hartstochtelijk camperaar! Hij heeft met zijn busje en zijn gezin heel Frankrijk afgereisd, maar ook Spanje, Portugal en Italië. Ik denk echt dat de vorm van “slow travel”, waartoe zo’n busje uitnodigt, je helpt om je reisbestemmingen beter te begrijpen en in je op te nemen. En om in de diplomatie resultaat te boeken is het belangrijk dat je begrijpt waar je onderhandelingspartner letterlijk en figuurlijk “vandaan komt”, welke eisen en wensen essentieel voor hem zijn en welke misschien niet. Dan helpt het om die plaatsen, en de mensen daar, te kennen.

Jean-Marc Ayrault heeft zijn mooie Volkswagen T3 Westfalia Joker al ruim 20 jaar in zijn bezit, dus lang voor de huidige hype. Hij is bekend in Westfranse camperkringen en bezoekt alle beurzen. Tot zijn grote spijt moest hij uit veiligheidsoverwegingen met kamperen stoppen toen Hollande hem in 2012 tot premier benoemde. Hij heeft het busje nooit meegenomen naar het Matignon (de ambtswoning van de Franse premier). Het stond gestald bij zijn huis in Nantes, waar, volgens een krant, de plaatselijke garagehouder hem af en toe ophaalde voor klein onderhoud. En verder zorgde hij er zelf uitstekend voor, zoals blijkt uit dit grappige filmpje:

Toen hij in een kabinets-“reshuffle” in 2014 als premier werd ingeruild voor de veel jongere Manuel Valls nam hij, tot ongeloof van de Franse pers,  zijn kans waar en ging weer met zijn campertje op reis naar Spanje. Die pers, maar ook Ayraults collega’s, hebben het sowieso moeilijk met een kamperende toppoliticus. In Frankrijk is status en uiterlijk vertoon wel heel belangrijk, en daaraan voldoet het beeld van een staatsman in korte broek op de camping blijkbaar niet. De echtgenote van de al eerder genoemde nieuwe premier Valls, zelf een gevierd violiste, heeft zich volgens de Frankfurter Allgemeine Zeitung zelfs eens laten ontvallen dat de Ayraults “wel echte leraren zijn”, zonder de voor de politiek volgens haar blijkbaar noodzakelijke glamour. En dat zijn dan nog de Franse socialisten!

Laten we hopen dat de Ayraults zich er niets van aan trekken en, in ieder geval in gedachten, in het tempo van hun T3 door Europa blijven trekken, op zoek naar het mooie en interessante in al die prachtige gebieden die binnen een paar dagen rijden van ons thuis liggen.

Twee nieuwe Westy’s, de Volkswagen Kepler en Mercedes Jules Verne

VW Westfalia Kepler - nieuwe hefdakcamper met grote zitgroep. Foto: Westfalia
VW Westfalia Kepler – nieuwe hefdakcamper met grote zitgroep. Foto: Westfalia

Westfalia maakte deze week bekend dat het op de Caravansalon in Düsseldorf, eind augustus/begin september, twee nieuwe compacte hefdakcampers presenteert: de Jules Verne (op Mercedes Vito) en de Kepler (op Volkswagen T6). Beide bussen lijken op de foto’s op de lange wielbasis te staan.

De indeling van beide bussen lijkt erg op de Club Joker City (ook VW, met vast toilet achterin), maar met meer ruimte voor de zitgroep. Dat betekent misschien ook dat er beneden een bed voor 2 personen gemaakt kan worden. Dat zou de bussen ook voor gezinnen interessant maken.

Zitgroep van de Mercedes Westfalia Jules Verne. Foto: Westfalia
Zitgroep van de Mercedes Westfalia Jules Verne. Foto: Westfalia

Wat de naamgevers betreft is het interessant dat Westfalia van de ontdekkingsreizigers (Marco Polo, Sven Hedin, James Cook) op schrijvers en astronomen is overgeschakeld. Er was overigens al in 2011 een Mercedes Jules Verne van Westfalia, een jubileummodel vanwege de zestigste verjaardag van de eerste Westfalia-kampeerbus (maar dat was natuurlijk een VW…)

UPDATE: inmiddels is de Caravansalon geopend en is er meer nieuws over de twee nieuwe modellen. Ze worden in Frankrijk gebouwd bij Rapido, het moederbedrijf van Westfalia en het voordeel daarvan voor de klant is dat de modellen voor een redelijke prijs (nou ja, voor buscampers op Volkswagen en Mercedes-Benz dan…) geleverd kunnen worden. De vanafprijs voor de Kepler ligt in Duitsland op 49.500 euro. (Catalogus en prijslijst kun je hier downloaden).

Sanitairruimte achterin de VW Westfalia Kepler (foto: Westfalia)
Sanitairruimte achterin de VW Westfalia Kepler (foto: Westfalia)

De campers zijn voorzien van een 10-liter warmwaterboiler op gas, en een Webasto-heteluchstandkachel op diesel. Dat onderscheidt ze van de duurdere Club Jokers – die hebben een warmwaterverwarming en boiler op diesel. Er zit achterin de Kepler en de Jules Verne een vast cassettetoilet, en een douchebak. Of er ook werkelijk te douchen valt is natuurlijk maar de vraag – aan de ene kant is de ruimte erg beperkt en op de foto’s is ook geen douchegordijn te zien. Aan de andere kant zijn de watertanks (50 l vers, 36 l afval) ook niet erg ruim bemeten.

Bovendien is de gasvoorraad van de Kepler en Jules Verne één beroemde Campingaz-fles van 2,75 kg. Dat is een prima oplossing in Nuggets, California’s en dergelijke, want daarin dient die fles alleen voor het kooktoestel en gaat hij makkelijk een jaar mee. Maar als er ook een warmwaterboiler op moet werken is de pret waarschijnlijk wel eerder voorbij. De oplossing is dan natuurlijk om ergens (er schijnt veel bergruimte in de zitgroep te zijn) een tweede gasfles te verstoppen.

Zithoek van de Volkswagen Kepler. Een ruime L-vormige bank, hier voorzien van Westfalia's sfeerlichtpakket. Foto: Westfalia
Zithoek van de Volkswagen Kepler. Een ruime L-vormige bank, hier voorzien van Westfalia’s sfeerlichtpakket. Foto: Westfalia

In de catalogus staan ook de beddenmaten: voor de Kepler ongeveer 1,90 bij 1,20, zowel boven als beneden. Dat valt helemaal niet tegen!

Samengevat begin ik steeds nieuwsgieriger naar deze nieuwe Westfaliacampers te worden. Door het grote benedenbed zijn ze in ieder geval theoretisch bruikbaar voor een gezin. De prijzen zijn ongeveer vergelijkbaar met de California, maar dan heb je wel wat meer ruimte en een was- en plasgelegenheid aan boord. Eigenlijk is dit een model dat het ook heel goed met een vast hoog dak zou doen – dat zou een goede opvolger voor de aloude California Exclusive zijn.

http://www.westfalia-mobil.net/news/2015_kepler_schnapp.php

De nieuwe VW T6 California Coast en Ocean – rijindrukken en uitrusting

dashboard vw t6 multivan
verbeterde rijeigenschappen

Uit de Duitse pers sijpelt steeds meer nieuws door over de nieuwe California’s en andere T6-versies. Allereerst: hoe rijdt hij? AutoBild, auto motor und sport en AutoZeitung hebben inmiddels met pre-productieversies van de T6 Multivan gereden. Alle drie tijdschriften melden dat het rijcomfort duidelijk verbeterd is, en de ingenieurs van Volkswagen geven zelf ook aan dat veel ontwikkelingstijd is gestoken in het comfortabeler maken van de vering. Dat is bij bedrijfswagens veel lastiger dan bij personenauto’s, omdat er op een hoog laadvermogen gemikt wordt, en dat vereist juist stugge veren. Die puzzel is bij de nieuwe T6 dus goed opgelost, niet alleen met het dure DCC (Dynamic Chassis Control) dat voor het eerst leverbaar is, maar ook met de standaardvering.

nieuwe motoren

De nieuwe motoren (die, net als bij Golf, Passat & co behalve hun boring en slag niets meer met hun voorgangers gemeen hebben) beschikken over meer koppel bij lage toerentallen, wat juist in een zware bus natuurlijk heel prettig is. Deze nieuwe Euro6-motorengeneratie zou, behalve schoner, ook zo’n 15% zuiniger zijn. Wat zich in de praktijk natuurlijk wel nog moet bewijzen – de nieuwe California’s zijn geen kilo lichter geworden, en ook de luchtweerstand is nog steeds fors. Waar niemand bezwaar tegen kan hebben is het gedaalde geluidsniveau. Volgens de testers hebben de nieuwe Multivans, en dus ook de California’s, een hoorbaar betere geluidsdemping.

VW-T6-California-Bett

Verbeterde kampeeruitrusting

Zoals al eerder gemeld is er aan het kampeergedeelte van de California’s niet veel veranderd. Het zijn detailverbeteringen, die de fabriek blijkbaar heeft opgespaard om het nieuwe model aantrekkelijker te maken. Wat is er tot dusver aan wijzigingen bekend?

  • Dimbare LED-verlichting in het hefdak en de achterklep. Handig bij het beladen maar ook als leeslampjes. 12V-contact bij het bovenbed, handig voor het opladen van mobieltjes.  Standaard op Ocean, optioneel op Coast.
  • Handgrepen van de keukenschuifdeurtjes naar boven verplaatst. Dat maakt het makkelijker om de kastjes bij uitgeklapt bed te openen.
  • Nieuwe, sneldrogende stof voor het hefdakdoek. Het katoen in de T5 droogde maar langzaam, waardoor veel kampeerders een hefdakmuts gingen gebruiken om het tentdoek droog te houden. Echt handig is zo’n muts natuurlijk niet, en hopelijk is hij nu dan ook overbodig geworden.
  • Betere sluiting van de rolgordijntjes voor voor- en achterruit.
  • Verbeterde bevestiging van de klapstoeltjes in de achterklep, waardoor ze makkelijker in- en uitschuiven.
  • Verschuifbare cupholder aan het keukenblok.
  • Nieuw houtdecor op de kastjes (donkerder op de Ocean, lichter op de Coast) en nieuwe bekleding.

Allemaal geen wereldschokkende zaken, zeker geen reden om direct op de T6 over te stappen, maar alles bij elkaar toch een duidelijke vooruitgang.

verschillende uitvoeringsniveaus

De T5 was de laatste jaren leverbaar als California Beach en California Comfortline. De Beach leidde op de Nederlandse markt een sluimerend bestaan omdat hij door het ontbreken van een standaard keukenblok en kastruimte in principe niet aan de kampeerautoeisen van de RDW voldeed, en daardoor niet voor het kwarttarief van de wegenbelasting in aanmerking kwam. Toch blijft de Beach, qua concept ongewijzigd, in het leverprogramma. In Duitsland is hij namelijk enorm populair als multifunctionele gezinsauto. In Nederland en België was de Comfortline met volledige camperinbouw de bestseller. Best goed uitgerust, maar aan een aantal kruisjes op de optielijst ontkwamen de meeste kopers niet – bijvoorbeeld voor de volautomatische Climatronic-airco met extra verdamper achterin, of een set lichtmetalen wielen.

Laten die laatste twee vroegere opties nou net standaard zijn geworden op de opvolger van de Comfortline, de California Ocean. Jammer genoeg betekent dat nog steeds niet dat je er met de basisprijs van de Ocean (€60.618,80 voor de 150pk-versie in Duitsland) al bent – metallic lak, cruise control, knopjes op het stuur, led-koplampen of een derde venster in het hefdak kosten immers nog steeds extra.

Overigens zijn voor Nederland en België voor de T6-versie van de California’s door de respectievelijke importeurs nog geen prijzen vastgesteld – misschien omdat in ieder geval de Nederlandse importeur in juni 2015 nog zo’n 20 T5-modellen op voorraad had?

VW-T6-California-Reisemobil

Interessant is dat Volkswagen naast de Beach en de Ocean met een derde variant op de markt verschijnt die zo’n beetje tussen beide versies in valt: de California Coast. Die doet erg denken aan de vroegere California Trendline (leverbaar van 2004 tot 2008). De Coast moet het bijvoorbeeld standaard doen zonder standkachel, elektrisch hefdak, dubbele beglazing, mistlampen, stoelverwarming, lichtmetalen velgen en automatische airconditioning. Ook is zoals hierboven al vermeld het LED-verlichtingspakket alleen als extra leverbaar. Als je alle opties alsnog bestelt kom je (volgens de Duitse configurator) rond dezelfde prijs als de Ocean uit.

Volkswagen T5 California Trendline
De Trendline, geleverd van 2004 tot 2008, was geen groot verkoopsucces.

Het wordt interessant hoe het de California Coast als tussenmodel zal vergaan: met de T5 Trendline liep het destijds niet geweldig (op het moment dat ik dit schrijf staan er op mobile.de twee te koop, tegen 26 Comfortlines uit dezelfde periode). Blijkbaar vonden de meeste kopers het totaalpakket toch interessanter. Maar het zou ook heel goed kunnen lopen zoals met de eerste California (1988-1991): dat was immers een ‘abgespeckte’ versie van de T3 Westfalia Joker – ook minus standkachel en dubbel glas, en met een eenvoudiger dashboard. Die oer-California was, vanwege de lage prijs, enorm succesvol. Als je toen een luxe versie wilde hebben, met kachel, dubbel glas en nog wat minder belangrijke snufjes, moest je voor DM 10.000 meer de Atlantic bestellen. Van de California T3 zijn er destijds ongeveer 30.000 verkocht, en van de Atlantic maar 1200…

De T3 California - een vereenvoudigde versie van de Westfalia Joker.
De T3 California – een vereenvoudigde versie van de Westfalia Joker.

Alle foto’s: Volkswagen