#JokerHacks – kampvuurgitaar

 

IMG_7572
Reisgitaar in de hangkast van de Joker

Zeg nou zelf, bij kamperen hoort een kampvuur, en bij een kampvuur hoort een gitaar. Maar ik vond het altijd lastig om m’n mooie gitaar mee te nemen. Ten eerste is dat een nogal duur ding, dat ik niet graag aan de snel wisselende temperaturen in een auto bloot wil stellen. En ten tweede is hij met koffer zo groot dat hij onhandig veel plek in de bus inneemt. Dus ging ik op zoek naar een 3/4-gitaar – die worden als “travel guitar” of kindergitaar verkocht. Ze hebben dezelfde stemming als een grote gitaar, maar zijn een flink stuk kleiner.

Natuurlijk is zo’n verkleinde gitaar wel een compromis. Het geluid wordt nooit zo mooi en vol als met een goede grote gitaar. En, net als bij kinderfietsen het geval is, kost het bouwen van een goede kleine gitaar evenveel als een grote. Je hoeft dus, ondanks de mindere klank, niet op een koopje te rekenen.

Gelukkig zit er in mijn woonplaats Berlijn een goed gesorteerde muziekzaak (JustMusic.de), waar veel reisgitaren klaar stonden om uit te proberen. En dat was maar goed ook, want op basis van wat ik op internet had gezien ging m’n interesse eigenlijk uit naar de Martin Backpacker – een hele compacte gitaar die ik er erg cool uit vond zien en nog van een beroemd western-gitarenmerk ook. Maar die vond ik nergens naar klinken – eigenlijk niet verwonderlijk, met zo’n kleine klankkast.


Uiteindelijk kwam ik, na vergelijking van drie of vier gitaren, uit bij de Sigma TM-15. Ik heb hem inmiddels een half jaar en ik moet bekennen dat hij zeker de helft van die tijd in één van de twee kampeerbussen heeft gelegen. Dat is, vanwege de temperatuur- en luchtvochtigheidsschommelingen, eigenlijk heel slecht voor een gitaar, maar hij heeft het prima doorstaan.

De Sigma speelt lekker licht, maar doordat de hals een stuk smaller is dan bij een grote gitaar moet je in het begin wel even wennen. Je moet goed oppassen dat je je vingers netjes neerzet, anders raak je de snaar ernaast. Er komt meer dan voldoende volume uit – er zit alleen natuurlijk niet zoveel bas in de klank.

In de hangkast van de Nugget

 

De gitaar wordt geleverd met draagband en een stevige reishoes. Hij past in z’n hoes prima in de kleerkasten van de Joker en de Nugget. Vanaf nu geen kampvuur meer zonder gitaar!

Advertenties

Waarom ik alleen Westfalia wil!

goethe-institut goettingen
Het Goethe-Institut in Göttingen. Foto: Robin Oomkes

Op m’n laatste reisje heb ik weer enorm veel plezier van m’n Westfalia Nugget gehad. Ik moest een Duits taalexamen afleggen bij het Goethe-Institut in Göttingen, zo’n 350 km rijden. Het examen was over twee dagen verspreid (schriftelijk op maandagochtend en mondeling op dinsdagmiddag). Om op tijd te zijn moest ik dus op zondagavond al op pad en twee keer overnachten – met een hotel of pension zou dat best een dure toestand geworden zijn. Maar ik ging met de Ford, die met z’n 155 pk de afstand
met zo’n 120 à 130 km/u verslond, met een heel redelijk verbruik van 1 op 10. Dat was met een grotere camper (of m’n klassieke benzine-Joker!) echt niet gelukt. M’n blablacar-lifters waren ook erg over de snelle en ruime auto te spreken – en betaalden nog aan de brandstofkosten mee ook.

IMG_8496
Stealthcamping (wildkamperen) bij een park in Göttingen. Foto: Robin Oomkes

Voor de eerste nacht had ik met de satellietbeelden op Google Maps een mooi groen plekje in de buurt van het instituut gezocht, om ’s ochtends niet meer te hoeven rijden. Met een bus met hoogdak, zoals de Nugget, kun je goed “stealthcampen” – onopvallend kamperen in de stad dus. Kenners weten door de gesloten gordijntjes en isomatten voor de voorruit heus wel wat er aan de hand is, maar het valt toch een stuk minder op dan een omhoogstaand hefdak – om maar te zwijgen van een grote witte camper.

IMG_1788
De Junkernschänke uit 1451 – een schitterend vakwerkhuis waarin nu een hip restaurant zit. Foto: Robin Oomkes
IMG_8525
VW T2 in Göttingen. Foto: Robin Oomkes

Na afloop van het schriftelijk examen ben ik nog even het centrum van Göttingen ingelopen. Prachtige villa’s uit de tijd van het keizerrijk (1870-1918), zoals het Goethe-Institut zelf, en mooi gerestaureerde vakwerkhuizen wisselen elkaar daar af. En, zoals in veel universiteitssteden, stonden de straten weer vol met leuke VW-busjes en andere campers. Dat leverde weer veel materiaal op voor mijn instagram-account, waar ik elke dag een nieuwe “Van Of The Day” probeer te plaatsen.

 

Als geschiedenisfreak vind ik het leukste van camperen in Duitsland dat je zo ontzettend flexibel bent. Ik zoek regelmatig monumenten of bouwwerken op die ik in één of ander geschiedenisboek ben tegengekomen, om ze te fotograferen en er dan weer een stukje over te schrijven. Juist in Duitsland, met zijn versnipperde verleden, staan die monumenten werkelijk door het hele land verspreid en je hebt dus echt vervoer en verblijf nodig om ze te bekijken. Voor de vrije tijd tussen de twee examens in Göttingen stond deze keer het Kyffhäuser-monument op het programma. Ik had al eens over de Duitse monumenten ter ere van keizer Wilhelm I geschreven, maar dat op de Kyffhäuser had ik nog nooit gezien.

IMG_1833
Kyffhäuser-monument vanaf het parkeerterrein. Foto: Robin Oomkes

Het viel niet tegen. Het was weer net zo’n bizar, protserig bouwwerk op net zo’n schitterende locatie als bijvoorbeeld het monument bij Porta Westfalica of het Hermannsdenkmal vlakbij Detmold (allebei goed te bezoeken op een autorit van Nederland naar Hannover), maar toch ook weer anders: dit monument is namelijk bovenop een enorme middeleeuwse burcht van de beroemde 12e-eeuwse keizer Barbarossa gebouwd.

IMG_1936
Camperstellplatz bij de thermen in Bad Frankenhausen. Foto: Robin Oomkes

Die nacht heb ik op een officiële Stellplatz overnacht, in Bad Frankenhausen, bij de thermen van het kuuroord. De huishoudaccu van de Nugget kon wel weer eens een 220V-oplaadbeurt gebruiken, en de afvaltanks moesten ook geleegd. Om er te komen moest ik de Kyffhäuser zelf over, het kleinste middelgebergte van Duitsland. Hoe klein ook, het waren  wel 35 haarspeldbochten naar boven (naar beneden aan de andere kant iets minder). Ook dan heb je veel plezier van een compacte camper.

IMG_8522
De handige keuken van de Nugget nodigt uit tot kokkerellen. Foto: Robin Oomkes
IMG_8526
Sfeerplaatje van een Stellplatz in de regen. Kan zo’n hoogdak wel mee overweg!

 

IMG_1978
Reconstructie van het poortgebouw van de 10e-eeuwse koningspalts Tilleda. Op de achtergrond het 19e-eeuwse Kyffhäuser-monument. Foto: Robin Oomkes

Voor de volgende ochtend stond de koningspalts Tilleda nog op m’n lijstje (die verblijfplaatsen van rondtrekkende middeleeuwse Duitse koningen en keizers interesseren me ook mateloos), aan de voet van het Kyffhäusergebergte. Na wat in de palts te hebben rondgesnuffeld moest ik alweer terug naar Göttingen voor m’n mondelinge examen. Daarna volgde de lange, maar ontspannen rit terug naar huis. Ik had me voor m’n tweedaagse zwerftocht geen beter vervoer of verblijf kunnen wensen dan m’n Westy – en het examen? De uitslag krijg ik volgende week…

IMG_8531

#JokerHacks – vangnet voor het bovenbed

IMG_7558T3-Westfalia-Joker-bezitters met kleine kinderen kennen het probleem: hoe zorg je dat je kinderen niet uit het bovenbed vallen? Er was standaard geen uitvalbescherming, zoals bij latere T4s en T5s. Voor de allerkleinsten is er het Deryan-tentje, maar vanaf een jaar of twee willen of passen ze daar niet meer in. Voor het Joker-hoogdak was er een officieel vangnet van Westfalia, dat je nog steeds bij vwbusshop.de kunt bestellen. Maar wat moeten de hefdakbezitters?

IMG_7555

Ik heb ooit op de Duitse eBay-site een tweedehands bedhekje gekocht (van Chicco, bekend van kinderwagens en dergelijke) dat werd geadverteerd als geschikt voor de T3 Joker (en California of Atlantic, natuurlijk). Het is eigenlijk bedoeld voor normale kinderbedden thuis, en heeft twee poten die onder de matras worden gestoken. Door het gewicht van de matras, en dat van het kind, wordt het hekje op z’n plaats gehouden. (Bij de Joker is de matras te dun om het hekje goed op zijn plaats te houden, maar een paar kleine schroefjes zijn voldoende).

IMG_7557

Het is 95 cm breed en dekt daardoor (op luttele centimeters aan beide kanten na) de matras van de Joker af. Bovendien laat het zich 180 graden naar beneden klappen, zodat je bij je kind kunt. De hoogte is bovendien precies zo, dat het hoog genoeg is om goed te beschermen, maar laag genoeg om nog de “zwaai” door de opening voor het bed naar beneden te kunnen maken.

a118799_001
Chicco bedhek 95 cm Natural (foto: Chicco)

Ik heb op internet gezien dat Chicco nog steeds zo’n hekje aanbiedt, met de naam “95 cm Natural”. De pootjes zien er hetzelfde uit als die van mij, maar het netje is mooier afgewerkt. Ik kan niet zien of het nog steeds dezelfde constructie is die toelaat het hekje 180 graden naar beneden te klappen. In dat geval heb je voor weinig geld (in ieder geval veel goedkoper dan het officiële hekje voor het hoogdak van Westfalia) een prima oplossing. Wie bestelt het en probeert het uit?

IMG_7560

O ja – wat ook heel mooi is: het hekje past ingeklapt precies achter de matras, en het dak kan dan ook nog dicht! (Ja, ik weet dat ik op termijn een nieuw hefdakdoek nodig heb…)

 

Rijden met een VW T3 Westfalia Joker uit 1984

IMG_7208
Mijn nieuwe Joker, een exemplaar uit 1984 in de kleur Elfenbeinbeige (ivoor)

Hoe rijdt dat nou, zo’n bus van 32 jaar oud? In twee woorden: verbazend goed. In dit stukje, geschreven na drie dagen Jokeren, geef ik m’n eerste indrukken. Mijn bus heeft de 78-pk benzinemotor, wat ik een echte aanrader vind. M’n eerdere T3’s waren namelijk allemaal (turbo)diesels, met 50 of 70 pk. Juist met zo weinig vermogen merk je elk extra paard dat je tot je beschikking hebt… Alleen in Amerika had ik al eens met een benzine-T3 gereden. Ik herinner me alleen nog dat ik toen (overstappend uit een 1,6 diesel met 50 pk) bij de eerste keer wegrijden schrok van de felle acceleratie!

Zitten

IMG_6841
Prima werkplek in een T3

De zitpositie van de T3 vind ik heel erg goed. Door het ontbreken van een motorblok voorin konden de VW-ontwerpers een perfecte ergonomie creëren. Je zit lekker rechtop, je handen vallen als vanzelf op het stuurwiel, en je knieën hebben precies de goede hoek. Doordat je bovenop het voorwiel zit heb je ook geen last van wielkasten in de voetenruimte. Soms zou je de bestuurdersstoel iets verder naar achteren willen schuiven,  maar daar zit bij de Joker het keukenblok in de weg.

Het uitzicht rondom is door de grote ramen en de dunne raamspijlen perfect. Alleen de spiegels zijn voor verbetering vatbaar. M’n eerste T3 had grote beugelspiegels, en ook de Atlantic had grotere en bolle spiegels. Vooral rechts vind ik het zicht met de vlakke standaardspiegel te beperkt.

Prestaties

Als de motor eenmaal warm is trekt hij verbazend goed op. Deze 78 pk-versie van de 1,9-liter waterboxermotor (motortype DG) heeft een dubbele carburateur en dat voel je. Je moet het gaspedaal diep intrappen om het tweede register van de carburateur te activeren maar dan gáát hij ook.

IMG_7151
120 op z’n sloffen – 130 kan ook

Je hoeft niet veel te schakelen – buiten de stad redt hij alles in z’n 4, hoewel terugschakelen natuurlijk wel helpt als je snel wilt accelereren om in te halen of in te voegen. Goed, accelereren is misschien niet het juiste woord – een T3 accelereert niet, hij vermeerdert vaart. Maar dat dan ook gestaag. Ik heb op de snelweg zelfs even 130 km/h op de gps (140 km/h op de teller) gehad. Dat moet je natuurlijk eigenlijk niet doen met zo’n oude bus, maar ik vond het leuk om te merken dat de bus z’n officiële topsnelheid nog haalt en dat de 78 paarden nog allemaal aanwezig zijn. Op de provinciale weg is de benzine-Joker prima op z’n gemak, maar ook een snelwegetappe is geen probleem. Het geluid van de motor valt eigenlijk weg tegen het andere rij- en windgeruis. Dat herinner ik me anders van m’n diesel-Jokers. Die maakten rond de 100 (echte) kilometers al zoveel toeren en zoveel lawaai dat ik bang was in m’n achteruitkijkspiegel de zuigers door het matras te zien vliegen.

IMG_7138
De Joker en de benzinepomp: dikke vrienden.

Keerzijde van de goede prestaties is natuurlijk het verbruik. “Ieder voordeel heb z’n nadeel”, vrij naar een groot filosoof. Overigens is het nadeel van vriend Poetin, de lage olieprijs, het voordeel van de T3-benzinerijder. Want bij een verbruik van 1:8 à 1:9 scheelt elke cent per liter. Bij het bepalen van de totale kosten moet je wel de lagere wegenbelasting meerekenen. Bij een camper ligt het omslagpunt rond de 4 à 5000 kilometer per jaar. Als je daaronder blijft heb je dus alleen maar lol van je fijne benzinemotor.

Je moet ook alles zelf doen

Als je uit een moderne personenauto komt is het wel even wennen. Want er is heel veel dat je opeens zelf moet doen. Je moet bijvoorbeeld zelf:

  • kijken of het donker wordt en de lampen inschakelen
  • niet vergeten die lampen ook weer uit te zetten
  • kijken of het gaat regenen en de ruitenwissers aanzetten, en als het motregent zelf het interval regelen
  • kaartlezen, of een gps op je voorruit plakken
  • zingen, of een goede aftermarket-radio inbouwen met bluetooth, streaming enzovoort
  • zorgen dat je wielen niet blokkeren bij het remmen
  • de auto niet achteruit laten rollen bij de hellingproef
  • de kracht leveren om de voorwielen te laten sturen
  • in je spiegels kijken (ik had een Volvo die een lampje liet knipperen als er iemand naast je reed)
  • alle deuren op slot doen als je weggaat
  • de raampjes omlaag en omhoog draaien
  • de temperatuur en luchtverdeling regelen.

Goed beschouwd zijn er op deze lijst maar twee dingen die moderne auto’s echt beter maken. Nummer één: airco. ARKO (Alle Raampjes Kunnen Open) is ook leuk, maar is op een Joker met isolatieramen niet eens van toepassing omdat er achterin geen ramen open kunnen tijdens de rit. Nummer twee: ABS. De T3 had voor die tijd uitstekende remmen (lees je ook in oude autotests), maar blokkeert snel als je als ABS-rijder vol op het rempedaal gaat staan. Dat is dus echt “umdenken” en vergt in druk verkeer continu concentratie. Niet dat dat kwaad kan…

IMG_7216
De Bulli-Werkstatt in Marzahn, het uiterste oosten van Berlijn. Geen glazen VW-paleis maar wel voldoende slooponderdelen bij de hand!

Zoals je merkt ben ik erg te spreken over m’n nieuwe aanwinst. Ik zei altijd dat de Joker vanwege de enorme binnenruimte de perfecte compacte camper was voor als je stilstond, maar zo’n benzineversie rijdt daarnaast ook nog heel erg goed. Vandaag heb ik ‘m naar een gespecialiseerde T3-garage gebracht voor een grote beurt. Als het goed is komt-ie nóg beter terug!

 

 

Met m’n nieuwe Joker aan de Bulli-Bummel

IMG_1067
Deze badboy-spijltjesbussen trokken veel bekijks in Hannover

Voor niet-ingewijden: een Joker is een Westfalia-kampeerbus uit de jaren tachtig, op basis van de Volkswagen T3. Het laatste model met de motor achterin, zoals de kever dus, maar dan wel met een modern gelijnde, vierkante carrosserie. En zo’n bus heb ik net gekocht. Ik moest hem ophalen in Groningen en natuurlijk net niet helemaal toevallig voerde m’n thuisreis naar Berlijn op zondag langs Hannover, waar die dag de Bulli Bummel werd gehouden. (Alweer voor niet-ingewijden: “Bulli” is de Duitse koosnaam voor VW-busjes, zoiets als “kever” of “eend”, en een Bummel is een wandeling of kroegentocht).

IMG_7138
Mijn nieuwe Joker aan de benzinepomp. Er zullen er nog vele volgen!
IMG_1050
De T1-spijljesbus.

Die Bulli Bummel was een feest ter ere van het 60-jarig bestaan van de busjesfabriek in Hannover. De oer-VW-bus, de T1, werd al in 1950 op het hoofdkwartier van VW in Wolfsburg in productie genomen tussen de kevers. Maar al gauw barstte die locatie uit z’n voegen. Er werd een aanbesteding gedaan waarop 200 Duitse steden reageerden, maar Hannover werd uitverkoren en sinds 1956 rollen daar dagelijks rond de duizend busjes van de lopende band.

 

IMG_1016

Onderweg naar Hannover deed ik wat je in Duitsland met een camper moet doen: overnachten op een Stellplatz. Dat zijn parkeerterreinen speciaal voor campers. Soms met voorzieningen zoals stroom en water, soms mooi gelegen, soms ook niet. Ik had er via de promobil-app eentje uitgekozen aan de rivier de Weser, in het stadje Nienburg. Net op de dag van de jaarlijkse kermis – het feestgedruis en de disco hielden precies om 02.30 ’s nachts op, kan ik je vertellen!

IMG_1011

Dan komt bij het opstaan een straffe espresso wel van pas natuurlijk.

IMG_1019

In Hannover zag je ’s ochtends colonnes met Duitse VW-clubs de binnenstad doorkruisen.

IMG_1048

Voor de echte nerds: het uiterlijke verschil tussen de T2a en de T2b is… de plek van het knipperlicht!

IMG_1020

Overal blije mensen op de parkeerplaatsen.

IMG_1044

De dames van de organisatie hielden alles op uitgeprinte (het blijft Duitsland) excellijsten nauwkeurig bij. IMG_1045 (1)

De mooiste bulli’s kregen een plaatsje voor het stadhuis van Hannover.

IMG_1066

Ondertussen is er tot juni 2016 in het stedelijk museum van Hannover (ook in het centrum) een aardige tentoonstelling over het zestigjarig bestaan van de fabriek.

IMG_1080

Hier een ruwe carrosserie van een T5,

IMG_1081

en dit vond ik een aardig voorbeeld van de toenemende complexiteit van de VW-bus van T1 tot T5 aan de hand van de gebruikte koplampen.

IMG_1105

Aan de oever van de Leine was het ondertussen ook goed toeven rond het thema ‘personenvervoer’. Wie spot de vreemde eend in de bijt? Hint: het is wel een Westy 🙂

IMG_1133

Het is ongelooflijk hoe ver sommige deelnemers aan dit soort shows gaan om het “plaatje”  compleet te maken. Campingstoeltjes in de originele VW T2-Westfaliaruit!

IMG_1139

Het keukentje van dezelfde T2 Helsinki. Met speciaal uitklapbaar Coleman-oventje voor op het gasstel.

IMG_1145

Twee ventilatie-oplossingen die ik graag ook op nieuwe VW-kampeerbussen terug zou zien! De uitzetbare achterruit zat in een T1, de beroemde uitstelraampjes (met muggengaas van binnen!) zaten op de meeste T2 IMG_1165Westfalia’s. Wie weet waarom ze niet op de T3 (en later) gebruikt werden?

 

 

 

 

 

Wat me ook opviel is dat veel niet is wat het lijkt. Zo is deze “ADAC”-bus z’n leven begonnen als brandweerbus en pas later omgebouwd naar de wegenwachtkleuren.

Deze is dan wel weer leuk. Let in het begin goed op de pootjes!

IMG_1120

Meneer Voges kwam nog even langs in m’n busje om te vertellen over zijn 42 jaar in de VW-fabriek in Hannover, uiteindelijk als productieleider. De grootste uitdaging: “Toen Ferdinand Piëch rond 1991 het roer van Volkswagen overnam. Dat was zo’n perfectionist, toen moest de kwaliteit in de transporterfabriek opeens naar personenautoniveau. Dat was hard werken.”

Op weg naar huis ben ik een hele tijd achter deze lekker opschietende Flixbus blijven hangen – dat schijnt benzine te besparen…

Het gekke is dat ik me na deze overdosis aan VW-busjes realiseerde dat ik niet echt een autoshowmens ben. Als ik zou moeten kiezen tussen een weekend op een mooie camping in het bos of nog een keer naar zo’n evenement, dan wordt het de volgende keer toch het bos. Maar leuk was het wel, daar in Hannover, voor deze ene keer!

Voorpret op #projectjoker: de goodies

Een klassieker is altijd een goed excuus om nóg meer geld aan accessoires uit te geven, en wat je van er haalt is lekker. Voor m’n nieuwe Joker heb ik dus als voorbereiding op onze eerste reisje dit voorjaar (naar het Oostzee-eiland Rügen) alvast bij Gowesty in Californië een Van-O-Bag besteld, een bagagezak voor op het imperiaal boven de cabine van de T3 Westfalia Joker. Ook om nou eens uit te zoeken hoeveel accessoires van dat bedrijf nou eigenlijk kosten als ze eenmaal in Europa aanlanden.

  
Zo ziet een per US Postal Service van de VS naar Berlijn (waar ik nu woon) verstuurd pakket eruit. De producten die ik had besteld kostten $104,50. Daarbij kwam rond de $50 dollar verzendkosten. En daarover (product + verzendkosten) worden dan weer douanerechten én BTW geheven. Ik moest aan het postkantoor nog €27,24 betalen. Uiteindelijk heeft het grapje me dus ongeveer €170 gekost. De enige troost is dat het enige concurrerende Europese product, de Ortlieb Big Bag,  ongeveer hetzelfde kost. En die is niet specifiek voor het bagagerek van de Joker gemaakt en past dus minder goed.

 Het kost wat, maar dan heb je ook wat. Inclusief dat coole logo dat net over de rand van je bagagerek komt piepen.
  
En van de achterkant. Hier zie je de kanozak-achtste sluiting, die je vanuit het openritsbare raam van het hefdak kan beladen. Watch this space voor praktijkervaringen als ik de bus eenmaal heb opgehaald.